REGLEMENT VAN INWENDIGE ORDE

ALGEMEENHEDEN

Art. 1.1 Stichting – Benaming

Zie statuten als bijlage

Art. 1.2 Samenstelling

Zie statuten als bijlage

Art. 1.3 Bespreking van onderwerpen die de NK-FNJP vreemd zijn

De federatie legt zichzelf het verbod op om discussies te hebben over onderwerpen die geen betrekking hebben op doelstellingen die zij beoogt.

Art. 1.4 Verplichtingen van de leden van de NK-FNJP

De leden van de NK-FNJP verplichten er zich toe:

a) de statuten en het reglement van inwendige orde die zij geacht zijn te kennen na te leven

b) alles te doen wat in hun macht ligt om de kaatssport te ontwikkelen;

c) geen vergaderingen te beleggen of bij te wonen die hoofdzakelijk tot doel hebben:

- af te wijken van de statuten en van het reglement van inwendige orde;

•  de porter préjudice à la NK-FNJP.;

- nadeel te berokkenen aan de NK-FNJP; - te schaden aan de faam van zijn leidinggevende leden;

d) geen daden te stellen of geschriften te publiceren of laten publiceren die kunnen schaden aan de goede werking van de NK-FNJP, of die door hun aard nadeel kunnen berokkenen aan zijn leidinggevende leden.

Art. 1.5 Verlies van hoedanigheid van lid van de NK-FNJP

Verliezen hun hoedanigheid van lid van de NK-FNJP:

a) de ontslagnemende leden;

b) de uitgesloten leden.

Art. 1.6 Eretekens

Nvt

Art. 1.7 Beschermheerschap of bijdrage aan andere groeperingen die zich met de kaatssport bezighouden

Nvt

Art. 1.8 Aansluiting van de NK-FNJP bij het BOIC

La NK-FNJP est affiliée au Comité Olympique et Interfédéral Belge (C.O.I.B.).

Art. 1.9 Opname van maatschappijen en ploegen uit andere landen

Maatschappijen en/of ploegen uit andere landen kunnen deel uitmaken van de NK-FNJP voor zover een officieel akkoord wordt gesloten tussen de betrokken federaties.

Art. 1.10

Voorbehouden

Art. 1.11 Taalgebruik

De NK-FNJP omvat leden en beheert bondsbesturen en maatschappijen behorend tot de verschillende gewesten van het land.

De RvB, de B.C. en de S.C. zullen samengesteld zijn uit leden die tot de Nederlandstalige en tot de Franstalige taalrol behoren. Hun debatten zullen in het Nederlands of in het Frans gevoerd worden, waarna vertaling volgt. Hun mededelingen en publicaties zullen gelijktijdig in het Nederlands en in het Frans gebeuren. Zij zullen de zaken die hun voorgelegd worden onderzoeken in de taal gekozen door de betrokken partij(en).

Art. 1.12 Publicatie

Verspreiding van de processen-verbaal

De Pv’s van de vergaderingen van de bondsbesturen zullen binnen de 30 dagen volgend op de datum van de vergadering overgemaakt worden voor publicatie op de website in het Nederlands en in het Frans.

Art. 1.13 Wijzigingen aan het RIO

De voorstellen tot wijziging van het reglement van inwendige orde moeten overgemaakt worden aan het algemeen secretariaat van de NK-FNJP. Zij kunnen ingediend worden door alle commissies of door ieder lid van de Federatie.

Art. 1.14 Inwerkingtreding van wijzigingen aan het RIO

Elke wijziging van het reglement van inwendige orde zal in werking treden op de datum die vastgesteld wordt door de Raad van Bestuur.

HOOFDSTUK II
BEPALINGEN DIE BETREKKING HEBBEN OP ALLE BONDSBESTUREN

Art. 2.1 Definitie

WORDEN BESCHOUWD ALS EEN BONDSBESTUUR

–  Le conseil d’administration (C.A.)
–  Le comité d’appel (C.A.P.)
–  Le comité sportif (C.S.)

Art. 2.2 Leidinggevende- en administratieve functies - onverenigbaarheden

OMSCHRIJVINGEN EN ONVERENIGBAARHEDEN

a) Een leidende functie is die van voorzitter van een bondsbestuur.

b) Een administratieve functie is die van secretaris of van schatbewaarder van een bondsbestuur.

c) De leidende en de administratieve functies mogen nooit gecumuleerd worden;

d) Binnen de bondsbesturen hebben alle leden stemrecht; dit geldt ook voor houders van een administratieve functie (behalve betreffende disciplinaire aangelegenheden)

e) Een effectief lid van de volgende commissies: RvB., B.C., S.C., zal nooit een effectief lid mogen zijn in één van de vier andere commissies.

f) Om als lid van een commissie verkozen te worden moet men 18 jaar oud zijn en over zijn burgerlijke en politieke rechten beschikken.

Art. 2.3 Werking van de bondscommissies

a) Het mandaat van voorzitter van de RvB heeft een duur van twee jaar. Een administratieve functie wordt toegewezen voor een duur van vier jaar. Tot de afzetting zal beslist worden door de RvB.

b) Alle mandaten nemen ambtshalve een einde vanaf het ogenblik dat de titularissen de vereiste voorwaarden niet meer vervullen om lid te zijn van de besturen waarin zij hun functies uitoefenen.

c) De bondsvoorzitter wordt verkozen door de leden van de besturen van de RvB. Iedereen zal over één stem beschikken De voorzitter moet de meerderheid van de stemmen behalen van de vertegenwoordigers van elk van de vleugels.

e) Ieder bestuur zal in zijn schoot een ondervoorzitter aanduiden. Hij zal tot een andere taalrol dan deze van de voorzitter moeten behoren.

g) De titularissen van een administratieve functie in de schoot van een nationaal bestuur worden benoemd door de Raad van Bestuur

Art. 2.4 Vervanging van een effectief lid van een commissie door een plaatsvervanger

Nvt

Art. 2.5 Verontschuldigd lid van een commissie

Een "verhinderd" bestuurslid moet voor aanvang van de vergadering de bestuurssecretaris die hem opgeroepen heeft, evenals zijn plaatsvervanger, hierover inlichten. Daarnaast moet hij zo spoedig mogelijk een bewijsstuk doen toekomen waarmee hij zijn afwezigheid verantwoordt, zoniet wordt hij als afwezig en niet verontschuldigd beschouwd. Het bevoegde bestuur oordeelt of de verontschuldiging al dan niet rechtsgeldig is.

Art. 2.6 Afwezig en niet verontschuldigd lid

Elk bestuurslid, afwezig en niet verontschuldigd op drie vergaderingen tijdens eenzelfde burgerlijk jaar, zal ambtshalve beschouwd worden als ontslagnemend in deze commissie.

Art. 2.7 Bijzonder geval (lid van een commissie niet toegelaten tot deliberatie)

Geen enkel bestuurslid mag deelnemen aan de beraadslaging, noch raadsman zijn, wanneer de commissie waarvan hij lid is een zaak of zaken onderzoekt die de maatschappij waarvan hij deel uitmaakt, aanbelangen. Hij zal zich eveneens moeten terugtrekken in geval van rechtstreeks belang, hetzij voor hem zelf, hetzij voor zijn ouders, zijn kinderen of aanverwanten tot de tweede graad. Indien hij de wettelijke vertegenwoordiger is van een minderjarige zal hij deze laatste evenwel mogen vertegenwoordigen.

Art. 2.8 Vergaderingen (nadere regels) / Schriftelijke bijeenroepingsaanvraag

De commissies houden hun vergaderingen op initiatief van hun voorzitter; een nauwkeurige agenda dient op de oproeping vermeld te zijn. De secretaris zal evenwel, op schriftelijk verzoek, een buitengewone vergadering bijeenroepen, zo dat verzoek gepaard gaat met een duidelijk omschreven agenda en uitgaat van leden die samen minstens één derde van het ledenaantal van de commissie vertegenwoordigen; die buitengewone vergadering zal plaatsvinden binnen de 21 dagen, en vroeger wanneer de hoogdringendheid bewezen is.

Zowel in een gewone als in een buitengewone vergadering, zullen alleen de punten behandeld worden die voorkomen op de agenda, behalve in geval van akkoord genomen bij het begin van de vergadering door een meerderheid gelijk aan of hoger dan drie vierde van de stemmen die vertegenwoordigd zijn.

Art. 2.9 Over de stemming

Een commissie kan alleen geldig beslissen wanneer minstens de helft van de toegekende mandaten aan de stemming deelnemen. Indien hetzelfde probleem zich zou voordoen in de schoot van een nationaal bestuur, zal de Raad van Bestuur het bestuur aanwijzen dat uitspraak moet doen.

In de vergaderingen van de SC en BC worden de beslissingen genomen bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen; in geval van gelijkheid van stemmen, zal de stem van de voorzitter van de zitting doorslaggevend zijn (behalve bij een geheime stemming).

In de vergaderingen van de RvB worden de beslissingen genomen met gewone meerderheid van de stemmen van elke vleugel.

Art. 2.10 Verkiezingen binnen een bondscommissie

Nvt

Art. 2.11 Geldigheid van de vergaderingen

In ieder geval is de oproeping via de post of e-mail toegelaten. De termijn voor de bijeenroeping van de leden zal, voor de gewone vergaderingen, niet minder dan 5 kalenderdagen mogen bedragen. Deze termijn vangt aan op de eerste dag waarop de betrokkene de gelegenheid heeft kennis te nemen van deze oproeping.
Voor de hoogdringende vergaderingen is deze termijn bepaald op 3 kalenderdagen en is het toegelaten om telefonisch op te roepen.

Art. 2.12 Vergaderingen van commissies en processen-verbaal

De commissievergaderingen van de NK-FNJP zijn niet openbaar.

Uitsluitend de algemene vergaderingen van de vzw en debatten op tegenspraak die kunnen uitmonden op een sanctie zijn openbaar, behoudens wanneer een van de betrokken partijen een gesloten zitting wenst.

De vergaderingen van de commissies maken het onderwerp uit van processen verbaal. Deze Pv’s worden naar de leden van de betrokken commissie gestuurd.

Het origineel exemplaar van de processen-verbaal zal ondertekend worden door de voorzitter en de secretaris van de zitting.

De aanwezige leden die, krachtens de ter zake geldende beschikkingen van het reglement van inwendige orde, niet deelnemen aan de beraadslaging over een welbepaald dossier, zullen met hun naam in het proces-verbaal moeten vermeld worden in al de gevallen waarin dit feit zich voordoet.

Art. 2.13 Bepaling van de datum van uitvoering van de getroffen beslissingen

De commissies moeten de datum vaststellen waarop hun beslissingen van kracht worden, met inachtneming evenwel van het beroepsrecht. De periode van uitstel zal altijd nauwkeurig moeten vermeld worden. De beslissingen zullen op een gemotiveerde wijze kenbaar gemaakt worden aan de betrokken partij(en). De speler aan wie een boete of een schorsing opgelegd wordt, is een “betrokken partij”; de sanctie moet aan de speler betekend worden en zijn maatschappij ervan in kennis gesteld.

Art. 2.14 Identificatiekaarten

De leden van de nationale besturen, van de vzw NK-FNJP zullen over een identificatiekaart beschikken, afgeleverd door het secretariaat. De houders van een dergelijke kaart zullen vooraf de inrichter verwittigen, indien zij wensen gebruik te maken van hun recht op een zitplaats.

Deze kaart geeft recht op een kosteloze zitplaats bij kaatsinrichtingen die afhangen van de NK-FNJP.

Art. 2.15 Mogelijkheid tot oproeping (voor een commissie of een werkgroepvergadering).

Een bestuur of een werkgroep kan personen vreemd aan de commissie uitnodigen om zonder stemrecht aan zijn werkzaamheden deel te nemen. Waarbij deze een maximumaantal leden per werkgroep vast zal stellen.

Art. 2.16 Werkgroepen

Een nationale commissie die één of meerdere werkgroepen wil oprichten zal hiertoe een gemotiveerde aanvraag overmaken aan de RvB.

Art. 2.17 Kandidaturen en verkiezingen

Nvt

Art. 2.18 Nieuw mandaat

Een nieuw mandaat zal ingaan op de datum van de verkiezing of op de datum van de aanstelling. De voortzetting van een mandaat zal een einde nemen op de voor het oorspronkelijk mandaat voorziene datum.

Art. 2.19 Te volgen procedure bij een ten onrechte ontvangen document

Nvt

Art. 2.20 Administratieve kosten en onkosten van vergaderingen

In al de gevallen van eerste aanleg zijn de administratiekosten en de onkostenvergoeding verschuldigd aan de leden van de commissie die zetelt, ten laste van de Bond voor zover de zaak in een gewone zitting onderzocht wordt.

Indien de commissie in buitengewone zitting moet bijeenkomen, zal een staat van de onkosten opgesteld worden. Het bedrag ervan zal ten laste vallen van de verliezende partij(en). In voorkomend geval zal de beslissing ieders aandeel in de onkosten vermelden.

Art. 2.21 Onvolledige besturen

In geval van ontslag van een voorzitter (of van zijn overlijden of uitsluiting) zal hij vervangen worden door de ondervoorzitter. Deze vervanging moet beperkt blijven in de tijd en mag de zes maanden niet overschrijden.

Art. 2.22 Het bondsvoorzitterschap

Nvt

HOOFDSTUK III
DE RAAD VAN BESTUUR

Art. 3.1 Samenstelling

De RvB is samengesteld uit:

a) 4 leden van elke vleugel;

b) de voorzitter zal worden aangeduid door de leden van de RvB voor een periode van 2 jaar. ;

c) de secretaris en de schatbewaarder, aangeduid onder de leden van de RvB voor een periode van vier jaar met stemrecht. Indien de secretaris en de schatbewaarder geen lid zijn van de RvB hebben zij geen stemrecht

Indien de secretaris en de schatbewaarder geen lid zijn van de RvB hebben zij geen stemrecht

De RvB duidt, in zijn schoot, een ondervoorzitter aan, behorend tot een andere taalrol dan deze van de bondsvoorzitter.

De voorzitter van de zitting zal de Voorzitter van de RvB zijn, of in diens afwezigheid de ondervoorzitter, of anders het oudst aanwezige lid (met uitzondering van de Secretaris en de Penningmeester)

Art. 3.2 Bevoegdheden

De Raad van Bestuur beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheden zoals bepaald in de statuten van de vzw NK-FNJP.

Art. 3.3 Werkgroepen

De RvB zal in zijn werkzaamheden bijgestaan worden door tijdelijke werkgroepen, opgericht voor het behandelen van specifieke onderwerpen. Daarbij wordt een maximumaantal leden per werkgroep vastgesteld

HOOFDSTUK IV
DE BEROEPSCOMMISSIE

Art. 4.1 Samenstelling

Beslissen over een beroep tegen een beslissing in eerste aanleg.
Vervang de falende commissie als deze geen enkele inbreuk onderzoekt binnen 40 dagen (zie artikel 1, § 1 van titel XXVI).
Pas de sancties toe binnen de grenzen bepaald in dit huishoudelijk reglement. Breng de belanghebbende partijen op de hoogte van de beslissingen genomen door de C.A.P.

De beroepscommissie is samengesteld uit:

a) twee leden van elke vleugel;

b) een voorzitter aangeduid onder de leden van de BC;

De RvB duidt, in zijn schoot, een ondervoorzitter aan, behorend tot een andere taalrol dan deze van de bondsvoorzitter.

De voorzitter van de zitting zal de Voorzitter van de RvB zijn, of in diens afwezigheid de ondervoorzitter, of anders het oudst aanwezige lid (met uitzondering van de Secretaris en de Penningmeester)

Bij staking van stemmen is die van de voorzitter van de vergadering doorslaggevend.

Art. 4.2 Bevoegdheden

Art. 4.3 Verbodsbepalingen (de deliberatie bijwonen / zetelen)

Een lid van de BC mag niet aan de deliberatie deelnemen, indien hij in eerste aanleg kennis had van de aangelegenheid.

HOOFDSTUK V
DE SPORTCOMMISSIE

Art. 5.1 Samenstelling

De SC is samengesteld uit:

a) twee leden van elke vleugel;

2. Un président de séance, désigné parmi les membres du CS

3. De secretaris, zonder stemrecht, of een door de secretaris aangewezen plaatsvervanger.

De C.S. wijst onder zijn leden een vice-president aan die een andere taalrol zal vervullen dan die van de president.

De voorzitter van de zitting is de voorzitter van de C.S. of bij gebreke daarvan de vice-voorzitter of bij gebreke daarvan het oudste aanwezige lid.

Bij staking van stemmen is die van de voorzitter van de vergadering doorslaggevend. Art. 5.2 Verantwoordelijkheden

Onderzoek en oordeel in eerste aanleg incidenten en geschillen, alsmede administratieve of technische tekortkomingen met betrekking tot:

1. À toutes les luttes auxquelles participent une ou plusieurs équipes de nationale 1, 2 (sauf en cas de participation d’une ou plusieurs « sélections »), aux championnats de Belgique en catégories « régionale » et en « jeunes », luttes de la Coupe de Belgique en adultes et en « jeunes » et aux journées nationales en « jeunes », ainsi qu’aux rencontres du championnat de Belgique de One Wall ; les tournois et grand-prix. ;

2. gevechten waarbij teams van verschillende vleugels worden samengebracht die niet onder een specifieke overeenkomst vallen;

3. Pas de sancties toe binnen de grenzen bepaald in dit huishoudelijk reglement;

4. Stel alle betrokkenen vast en stel ze op de hoogte van de data, plaatsen en tijden waarop de ingediende strijd moet worden gespeeld of voortgezet, voor de organisaties vermeld onder a. en B. bovenstaand;

5. Tel de resultaten en bepaal het klassement van de wedstrijden waaraan de nationale teams deelnemen, alsook van de nationale kampioenschappen in de categorieën "regionaal" en "jong";

g) de betrokkenen in kennis stellen van de beslissingen getroffen door de SC;

h) de SC zal eveneens uitspraak doen over de scheidsrechters, betrokken bij eender welk dossier dat zij behandelt.

HOOFDSTUK VII ARBITRAGE

Art. 7.1 De scheidsrechters

A. Nvt

B. Nvt

C. Om de functie van scheidsrechter uit te oefenen, moet men over zijn burgerlijke en politieke rechten beschikken.

D. De scheidsrechters kunnen geen beroep aantekenen tegen de beslissingen genomen door een federale commissie, als gevolg van de verslagen die zij opgesteld hebben. Indien zij om het even welke schadeloosstelling gevraagd hebben, kunnen zij evenwel in beroep gaan tegen de beslissingen die op dat vlak werden genomen.

E. De nationale scheidsrechters zullen over een officiële kaart, afgeleverd door het secretariaat. Deze kaart zal hen gratis toegang verlenen tot de wedstrijden die plaatsvinden op het grondgebied dat wordt gedekt door de NK-FNJP.

F. De scheidsrechters hebben recht op een onkostenvergoeding die jaarlijks vastgesteld wordt door de RvB.

G. De scheidsrechter wordt aangeduid door de hiertoe door de RvB aangeduide persoon adjunct- bondssecretaris "scheidsrechters" voor wedstrijden bedoeld onder artikel 2 (a) van Hoofdstuk V, evenals voor internationale ontmoetingen die in België plaatsvinden.

H. De afzeggingen die kunnen voorzien worden, moeten ten minste drie dagen vóór de datum van de wedstrijd medegedeeld worden aan de aangeduide dat de scheidsrechter heeft aangeduid.

zij zal in volgorde een beroep doen op:

J. Bij afwezigheid van de scheidsrechter zal de inrichtende maatschappij in zijn vervanging voorzien volgens de hieronder vermelde richtlijnen: zij zal in volgorde een beroep doen op:

1) een scheidsrechter die aanwezig is op de kaatsbaan;

10. Aan een bezoekende afgevaardigde;

11. Aan een lokale afgevaardigde.

Bij toepassing van code 133 van het barema der sancties wordt de maatschappij van welke de afgevaardigde afkomstig is aansprakelijk gehouden voor de tekortkoming(en) vastgesteld in de opstelling van het scheidsrechtersverslag. Betreft het een occasionele scheidsrechter die niet lid is van een betrokken maatschappij, wordt code 133 toegepast op de inrichtende maatschappij.

De bezoekende of plaatselijke afgevaardigde heeft recht op 50 % van de onkostenvergoeding.

De aangeduide scheidsrechter die zich laattijdig aanbiedt, moet de wedstrijd voortzetten. Hij zal erover waken een financiële regeling te treffen met zijn collega die hem heeft vervangen.

Een scheidsrechter die aanwezig is bij of aankomt na het begin van een wedstrijd, moet zich aanbieden bij de terreinafgevaardigde om de afgevaardigde die de wedstrijd leidt te vervangen.

Een scheidsrechter die aankomt na de reglementair voorziene rustperiode of na het begin van de tweede wedstrijd, mag evenwel niet meer optreden.

12. Les arbitres ne peuvent ni fumer, ni consommer des boissons alcoolisées durant la rencontre. Ils peuvent de même que les joueurs se désaltérer lors des changements de camp sans interrompre ou ralentir la lutte. Ils prendront toutes dispositions qu’ils jugeront utiles pour éviter les pertes de temps qui pourraient survenir à cette occasion. Ils feront mention au rapport d’arbitrage des noms des joueurs en défaut.

L. Een scheidsrechter die aangeduid werd door de bevoegde commissie mag niet gewraakt worden door een maatschappij of door een lid van een bondsbestuur.

M. Nvt

N. Een scheidsrechter mag effectief of plaatsvervangend lid zijn van een nationaal bestuur, maar mag niet zetelen indien hij of een van zijn collega's betrokken is bij de te behandelen zaak.

Art. 7.2 Scheidrechter en speler

A. Een persoon die als scheidsrechter en ook als speler ingeschreven is, moet altijd voorrang geven aan de arbitrage. In geval van inbreuk op deze beschikking, zal hij gestraft worden met een boete.

B. Een geschorste speler zal niet mogen optreden als scheidsrechter. Een geschorste scheidsrechter mag evenmin opgesteld worden als speler.

HOOFDSTUK VIII : BESLECHTING VAN BETWISTINGEN EN GESCHILLEN ALGEMEENHEDEN

ALGEMEENHEDEN

  1.  1°) De NK-FNJP is bevoegd voor en lost alle betwistingen en geschillen op die kunnen oprijzen tussen zijn federale commissies, maatschappijen en leden, met uitzondering van de betwistingen over de akkoorden en geschillen waarvan sprake in artikel 15 van huidig hoofdstuk VIII.
  2.  2°) Er is verjaring voor alle strafbare feiten na twee jaar. Deze termijn wordt evenwel opgeschort van zodra het onderzoek van de zaak begonnen is.
  3.  3°) Een beslissing genomen over de geldigheid van de uitslag van een wedstrijd mag geen invloed meer uitoefenen op het verloop van een volgende fase (m.a.w. een duidelijk afgebakend en afzonderlijk deel) van een kampioenschap, die ondertussen zou begonnen zijn.
  1. Bij het opmaken van het klassement zal geen rekening gehouden worden met de uitslag van de wedstrijd(en) van een ploeg die ten onrechte deelneemt aan een volgende fase.
  2. 4°) Een bondsbestuur zal niet meer mogen terugkomen op een eerder genomen disciplinaire beslissing; deze kan alleen door een hoger rechtscollege gewijzigd worden.
  3. 5°) De voorzitter van een bondsbestuur zal een lid van zijn commissie kunnen aanstellen om een vooronderzoek in te stellen over een zaak; dit lid zal niet deelnemen aan de beraadslaging.
  4. 6°) Alle briefwisseling bestemd voor de BC dient overgemaakt te worden aan de secretaris van de NK- FNJP. 7°) Indien de BC in eerste instantie heeft geoordeeld, zal de RvB in laatste instantie beslissen.

DEEL 1
DE BONDSINSTANTIES

Art 8.1 Ontvankelijkheid

Om ontvankelijk te zijn zal een klacht schriftelijk moeten ingediend worden en gericht zijn aan de secretaris van de NK-FNJP, uiterlijk binnen een termijn van vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag der feiten die aanleiding zijn tot de klacht (behalve in de gevallen waarvoor een andere termijn is voorzien in het reglement van inwendige orde).

Wanneer een klacht door de bevoegde commissie niet werd onderzocht binnen de 40 dagen na haar indiening, zal de partij die de klacht heeft ingediend zich rechtstreeks moeten richten tot de BC, die de zaak op kosten van de falende commissie zal onderzoeken en uitspraak zal doen

Voor elke beslissing die omstreden wordt, moet de beroepsprocedure toegepast worden (zie artikel 5 van huidig hoofdstuk VIII), uitgezonderd in het geval waarvan sprake is in de voorgaande paragraaf, waar alleen een verzoek aan de RvB mogelijk is.

De klachten en de beroepen zullen een uiteenzetting bevatten van de feiten, om aldus de bevoegde commissie in te lichten over de aard van het geschil en haar in staat te stellen alle partijen die aan de oorsprong liggen van het geschil of er belang bij hebben, voor de te houden vergadering op te roepen. Tenzij hij een persoonlijke klacht heeft ingediend, mag een scheidsrechter niet als partij beschouwd worden en hij zal verhoord worden als getuige indien het bevoegd bondsbestuur dit nodig acht.

Een klacht tegen de beslissing van de scheidsrechter over een spelfase zal als niet bestaande beschouwd worden. Slechts bij een verkeerde toepassing van het reglement van inwendige orde zal de klacht onderzocht en beoordeeld worden, dit onder voorwaarde dat de betrokken partij (de klager) zijn voorbehoud op correcte wijze heeft ingediend.

Art. 8.2 Debatten

De debatten zullen tegensprekelijk gevoerd worden. Een speler mag zich, op zijn kosten, laten bijstaan of laten vertegenwoordigen door een raadsman (op voorwaarde dat deze persoon niet geschrapt werd door één van beide vleugels); hij heeft eveneens het recht zich te laten bijstaan door een tolk.

De persoon die een lid bijstaat bij een verhoor voor een bondsbestuur van de NK-FNJP mag zich er niet tegen verzetten dat belanghebbende zelf de vragen beantwoordt die gesteld zijn door de leden van de commissie die het verhoort.

Een maatschappij moet vertegenwoordigd zijn door één of twee leden van haar commissie. Een bondscommissie is vertegenwoordigd door één of twee van haar leden.

Art. 8.3 Procedure

De bevoegde commissie zal op de te houden zitting elke partij oproepen die beschuldigd wordt van een inbreuk of het voorwerp uitmaakt van een klacht. Deze oproeping zal ambtshalve gebeuren op basis van de op het scheidsrechtersverslag vermelde gegevens en een klacht is niet noodzakelijk in dit geval. De termijn van oproeping is dezelfde als deze voorzien voor de bijeenroeping van de bondsbesturen (zie artikel 11 van hoofdstuk II). Een opgeroepen partij kan éénmaal verstek geven, voor zover de door haar ingeroepen reden van belet aanvaard wordt door de bevoegde commissie en gestaafd is door officiële documenten. De getroffen beslissing zal ter zitting aan de betrokken partijen worden medegedeeld en binnen de vijftien kalenderdagen op een gemotiveerde wijze schriftelijk worden bevestigd. Elke kennisgeving die betrekking heeft op een beslissing genomen in afwezigheid van de betrokken partij of van haar vertegenwoordiger zal er moeten aan herinneren dat een betwisting in dat verband het voorwerp moet uitmaken van een verhaal en de vormen en termijnen van deze procedure moeten vermelden.

In het geval van een debat op tegenspraak, begint de periode voor verhaal de dag na deze van de uitspraak.

In geval een regelmatig opgeroepen partij niet zou vertegenwoordigd zijn of niet geldig verontschuldigd, zal de beslissing geldig uitgesproken worden in haar afwezigheid en zal haar binnen de vijftien kalenderdagen met afwenteling van de portkosten op de bestemmeling indien de reglementering in een aangetekend schrijven voorziet.

De commissie, die uitspraak heeft gedaan zal binnen de drie kalenderdagen en schriftelijk de commissie(s) belast met het toepassen van de getroffen beslissing(en) op de hoogte brengen. In het geval van aangetoonde dringendheid, zal ten laatste voor 12.00 u op de dag volgend op deze van de betreffende vergadering een e-mail bericht worden verstuurd.

De onkosten veroorzaakt door het verhoor van de door de commissie opgeroepen getuigen zijn in alle gevallen ten laste van de verliezende partij(en). De niet door de commissie opgeroepen doch door haar aanvaarde getuigen, dienen vergoed te worden door de partij die ze heeft voorgedragen.

Art. 8.4 Minnelijke schikking

Voor overtredingen die enkel strafbaar zijn met een boete en/of met een schorsing voor maximum 1 maand en die voortvloeiend uit artikel 26.8, kan de bevoegde commissie het dossier onderzoeken en uitspraak doen zonder de betrokken partij(en) op te roepen.

In dat geval zal de genomen beslissing aan de betrokken partij(en) betekend worden per aangetekende zending voor een effectieve schorsing en met een gewone brief voor een schorsing met uitstel en voor een boete.

Deze beslissing zal uitvoerbaar zijn bij afwezigheid van een reactie (per brief, per fax of e-mail) binnen de 7 kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag waarop de betrokkene kennis zal kunnen nemen van deze betekening op papier

1° per aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging, op de eerste dag volgend op deze waarop de zending is aangeboden in de woonplaats van de bestemmeling, of in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of zijn gekozen woonplaats;

2° per aangetekend of eenvoudig schrijven, vanaf de derde werkdag volgend op deze waarop de zending is aangeboden bij de Post, behoudens in geval van tegenbewijs vanwege de bestemmeling.

Als betrokken partij binnen deze termijn reageert, door toedoen van een schrijven of een elektronisch bericht overgemaakt aan het secretariaat van de bevoegde commissie, zal ze voor de commissie verschijnen die de minnelijke schikking heeft voorgesteld en zal de zaak worden behandeld zoals voorzien in artikel 3 van onderhavig Hoofdstuk VIII.

Art. 8.5 Het beroep

Alleen de verliezende partij van een in eerste aanleg genomen vonnis dat voor beroep vatbaar is en elke partij die een duidelijk bewezen rechtstreeks belang heeft bij de zaak, zullen hun toevlucht kunnen nemen tot de BC.

Er is geen beroep mogelijk tegen de administratieve beslissingen genomen door de federale commissies, inzonderheid het vaststellen van data, uren en plaatsen om wedstrijden te betwisten en om vergaderingen te houden.

Om ontvankelijk te zijn, moet elk beroep gericht worden aan de secretaris van de NK-FNJP, binnen een termijn van maximum tien kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak of, in geval van afwezigheid van de betrokken partij of van haar vertegenwoordiger, binnen de tien kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum waarop de betrokkene kennis kan nemen van deze kennisgeving.

Art. 8.6 Procedure voor het aantekenen van beroep

Het beroep tegen een beslissing die getroffen werd door één van de commissies van de NK-FNJP, dient ingediend te worden bij het secretariaat van de NK-FNJP. De commissie die de beslissing in eerste aanleg heeft getroffen dient het volledig dossier van de zaak, met inbegrip van het relaas van de debatten, zo vlug mogelijk te bezorgen aan de secretaris van de BC. Indien bij de in beroep te nemen beslissing een "tegenpartij" betrokken is, moet zij eveneens opgeroepen en verhoord worden tijdens de te houden vergadering.

Indien het beroep uitgaat van een speler, zal ook zijn maatschappij moeten opgeroepen worden. Als een maatschappij beroep aantekent tegen een beslissing genomen tegenover één van haar spelers, zal ook de betrokken speler moeten opgeroepen worden.

Elk verzoek tot beroep moet binnen de maand onderzocht worden en EERDER indien het dringend karakter ervan bewezen is. In de mate waarin het bewijs van de inbreuk ondertussen niet verdwenen is en de uitoefening van de rechten van de verdediging niet onmogelijk geworden is mag de BC, bij overschrijding van de termijn van één maand, overgaan tot de veroordeling door een eenvoudige verklaring van schuld of een mildere straf opleggen dan wat als minimum voorzien is door het reglement van inwendige orde. In voorkomend geval zal de inbeslagneming van het voorwerp of van het product van de inbreuk uitgesproken worden.

Art. 8.7 Waarborg

Een verzoek tot beroep zal moeten gestaafd zijn door het storten van een borgsom. Deze waarborg is een garantie om de procedure-eigen kosten te dekken en dient te worden gestort op rekening van de Algemene Schatbewaarder en voorkomen op een rekeninguittreksel dat ten laatste op de dag zelf van de vergadering van de Beroepscommissie wordt overgelegd. Ook een debetbericht, getuigend van deze storting en binnen de vastgestelde termijn, kan geldig zijn. De waarborg wordt aan de beroepindienende partij teruggestort na aftrek van de kosten en uitgaven van het geding, te bepalen door de BC.

Art. 8.8 Opschortend en niet opschortend beroep

Een regelmatig ingediend beroep onderbreekt de uitwerking van een in eerste aanleg getroffen beslissing vanaf het ogenblik waarop het ingediend wordt op het postkantoor van verzending, tot de afhandeling van de beroepsprocedure.

DE BEROEPEN HEBBEN GEEN OPSCHORTENDE UITWERKING IN GEVAL zij ingaan tegen een effectieve schorsing die slaat op een periode van meer dan twee weken of meer dan twee kampioenschapswedstrijden bedraagt. Er zal echter alleen rekening gehouden worden met de duur van de schorsing waartegen het beroep strekt, zonder toevoeging van een schorsing met uitstel die effectief geworden is.

Art. 8.9 Wedstrijden die niet herspeeld worden bij strafvermindering (beroep, verbreking)

Wanneer een speler die al volledig of gedeeltelijk een in eerste aanleg opgelegde schorsing heeft uitgezeten, in beroep of bij de RvB een strafvermindering verkrijgt, zullen de wedstrijden waaraan hij niet heeft kunnen deelnemen, niet opnieuw gespeeld worden.

Art. 8.10 Nietigheid van beroep

De niet-naleving van de opgelegde termijnen of van de voorgeschreven vormen brengt de nietigheid van het beroep mee. In een dergelijk geval zal er van uitgegaan worden dat er geen beroep is en bijgevolg ook geen opschorting van de in eerste aanleg getroffen beslissing; de borgsom zal worden terugbetaald maar de onkosten die betrekking hebben op de zitting zullen, voor wat specifiek die zaak betreft, ten laste gelegd worden van de betrokken partij(en); in voorkomend geval zal de BC ieders aandeel in de onkosten vastleggen.

Art. 8.11 Intrekken van het beroep

Bij intrekking van een beroep wordt de borgsom in beslag genomen en worden alle gebeurlijke kosten ten laste gelegd van de partij die beroep heeft aangetekend.

Art. 8.12 Bestuursleden niet toegelaten tot deliberatie

De commissieleden die in eerste aanleg uitspraak gedaan hebben of het vooronderzoek van de zaak gevoerd hebben, zullen niet mogen aanwezig zijn bij de beraadslaging in geval van beroep of van verzoek aan de RvB.

Art. 8.13 Betaling van boetes

De betaling van de opgelegde boetes en van de gevorderde onkosten moet gebeuren binnen de 15 dagen die volgen op de uitspraak of, in geval van afwezigheid van de betrokken partij of haar vertegenwoordiger, binnen de 15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de betrokkene kennis kon nemen van de kennisgeving.

Art. 8.14 Bestemming van de opgelegde boetegelden

De boetes die in beroep of aan de RvB worden opgelegd, worden geïnd ten voordele van de Algemene Schatbewaarder van de NK-FNJP.

DEEL 2 : DE GERECHTELIJKE INSTANTIES

Art. 8.15 Bevoegdheid van de burgerlijke rechtbanken

De Bond ontzegt zich elke inmenging in akkoorden van financiële of andere aard, afgesloten tussen een maatschappij en haar spelers en/of haar bestuursleden. Al deze akkoorden en geschillen behoren tot de uitsluitende bevoegdheid van de burgerlijke rechtbanken.

HOOFDSTUK IX BRIEFWISSELING

Art. 9.1 Bestemming van briefwisseling - verplichte handtekeningen

De briefwisseling gericht aan de commissies van de NK-FNJP moet ondertekend en gedagtekend zijn. De niet ondertekende stukken zullen niet behandeld worden.

Insgelijks zullen alle stukken overgemaakt door de maatschappijen ondertekend moeten zijn door hun secretaris of door hun voorzitter en opgestuurd worden naar het secretariaat van de NK-FNJP. Ongeacht het betrokken geval worden die stukken en/of die briefwisseling geldig geacht indien via e- mail overgemaakt.

De briefwisseling uitgaande van de bondsbesturen en bestemd voor de maatschappijen, zal overgemaakt worden aan het secretariaat van de maatschappij. Zij zal opgesteld worden in de taal van de maatschappij waarvoor zij bestemd is.

In geval van verlengde afwezigheid, zal de secretaris van de maatschappij het secretariaat van de NK- FNJP moeten in kennis stellen van de identiteit en het adres van het bestuurslid dat hem zal vervangen voor het ondertekenen en het ontvangen van de briefwisseling, uitgaande van of bestemd voor zijn maatschappij. Doet hij dit niet, dan zal hij verantwoordelijk zijn voor alle gevolgen die eruit voortvloeien en zal hij, in dat geval, zijn niet aangekondigde afwezigheid nooit kunnen aanvoeren tegen de nadelige gevolgen die zijn maatschappij er zou van ondervinden.

Elke briefwisseling uitgaande van een maatschappij of van één van haar leden, een kaatsbaanafgevaardigde of coach, een scheidsrechter of een speler dient overgemaakt te worden aan het secretariaat van de NK-FNJP.

HOOFDSTUK X THESAURIE

De inkomsten van alle organisaties worden geïnd ten behoeve van de organisatoren.

In het geval dat, tijdens een confrontatie tussen 2 teams, de eindoverwinning wordt behaald door het team dat 2 overwinningen behaalt, zal het bedrijf dat, in deze context, de 3de ontmoeting thuis organiseert, alle kosten dragen en ook vereist om 25% van het aantal verkochte toegangskaarten voor deze 3e bijeenkomst over te maken aan het bezoekende bedrijf (eventueel te verhogen met een kwart van de opbrengsten van reserveringen).

Art. 10.2 Taksen

Een bondstaks wordt door de NK-FNJP geheven voor alle kaatsinrichtingen waaraan een maatschappij uit Nationale 1 en/of Nationale 2 deelneemt. De vrijstelling van de bondstaks wordt enkel toegestaan in zeer uitzonderlijke gevallen, door de RvB te beslissen.

Art. 10.3 Toegangstickets en abonnementen

Het bedrag van deze taks evenals de verdeling ervan, worden jaarlijks door de RvB vastgesteld

Art. 10.4 Verplichting tot het afleveren van toegangstickets

De aflevering van ingangstickets is verplicht voor alle kaatswedstrijden, behalve in uitzonderlijke gevallen, te beslissen door de RvB

Art. 10.5 Storting aan de algemene schatbewaarder

Nvt

Art. 10.6 Verbod aan de maatschappijen tot aflevering (kaarten en abonnementen)

Nvt

Art. 10.7 Beheer van fondsen

Nvt

Art. 10.8 Naleving van wettelijke voorschriften (besturen en maatschappijen)

Nvt

Art. 10.9 Financiële rekening

Nvt

Art. 12.1 Aansluiting

Nvt

HOOFDSTUK XI WAARBORGEN

HOOFDSTUK XII MAATSCHAPPIJEN

Art. 12.2 Voorwaarden voor aansluiting en goedkeuring tot verandering van entiteit

Nvt

Art. 12.3 Benaming

Nvt

Art. 12.4 Toewijzing van een nieuwe maatschappij of ploeg aan een afdeling

Nvt

Art. 12.5 Verplichtingen en verantwoordelijkheden

Een maatschappij die een ploeg ingeschreven heeft in de reeks “nationale” moet, gedurende het volledig seizoen, ten minste twee jeugdploegen opstellen
De maatschappijen die deze beschikking niet naleven, zullen strafbaar zijn met een boete. Deze boete moet enkel toegepast worden in functie van de eerste ploeg van de maatschappij.

Bij een algemeen forfait van een jeugdploeg na het indienen van het eenheidsformulier moet de - de geldboete voor het opstellen door die maatschappij van een onvoldoend aantal jeugdploegen toegepast worden.

Maatschappijen van Nationale 1 zijn verplicht ten minste één tweede ploeg volwassenen op te stellen. De maatschappijen die deze beschikking niet naleven zullen strafbaar zijn met een boete.

Alle thuiswedstrijden van de jeugdploegen ingeschreven door een maatschappij moeten betwist worden op de kaatsbaan van de maatschappij die ze ingeschreven heeft. Wordt deze bepaling niet nageleefd, dan wordt code 021 van het barema der sancties toegepast.

Art. 12.6 Financiële verantwoordelijkheid van een maatschappij voor haar ploegen en spelers

Elke maatschappij is financieel verantwoordelijk voor de ploegen die zij opstelt en voor de sancties genomen tegenover haar spelers. Hetzelfde geldt voor spelers in selectieploegen. Bij het opleggen van een boete kan de bevoegde commissie beslissen om deze aan te rekenen aan de speler, in welk geval de financiële verantwoordelijkheid van de maatschappij zal vervallen. Hetzelfde geldt voor de bestuursleden van een maatschappij.

Art. 12.7 Stopzetting van de activiteit

Nvt

Art. 12.8 Eenheidsformulier

Nvt

Art. 12.9 Rangveranderingen van spelers

Nvt

Art. 12.10 Opstelling van meer dan één ploeg in eenzelfde afdeling

Een maatschappij mag niet meer dan één ploeg opstellen in dezelfde afdeling.

Art. 12.11 Weigering tot stijgen of tot behoud

Een ploeg die weigert te stijgen of zich in een afdeling te behouden, hoewel zij hiervoor geplaatst is op basis van de modaliteiten vastgelegd vóór het begin van het kampioenschap, zal verwezen worden naar de reeks “gewestelijke”. De maatschappijen die deze beschikking niet naleven zullen strafbaar zijn met een boete.

In het geval waarin beslist wordt een afdeling te vervolledigen, wordt voorrang verleend (zonder verplichting om te stijgen) aan de ploegen die niet in nuttige orde zijn gerangschikt om te stijgen op basis van de rangschikking van het voorbije seizoen, waarbij dit beperkt blijft tot de drie best gerangschikte ploegen die niet van ambtswege stijgen, volgens nadere regels die omschreven moeten worden door het bevoegde bestuur.

Wanneer een ploeg die geplaatst is om te stijgen verhinderd wordt dit te doen krachtens artikel 10 van huidig hoofdstuk XII, zal de bewuste ploeg vervangen worden door de ploeg die haar in het klassement van hetzelfde beslissend kampioenschap onmiddellijk volgt (in dit geval zonder formele verplichting om te stijgen).

Art. 12.12 Algemeen forfait

Indien een maatschappij algemeen forfait verklaart voor een ploeg na het indienen van het Eenheidsformulier, zal zij beboet worden met een bedrag dat gelijk is aan de borgsom voorzien voor de afdeling waarin het forfait zich voordoet (dat bedrag wordt vermenigvuldigd met drie voor een ploeg ingeschreven in nationale) en dit bedrag zal worden geïnd ten voordele van de algemene thesaurie van de NK-FNJP

Deze ploeg, die ontbonden zal verklaard worden, zal vóór de aanvang van het kampioenschap kunnen vervangen worden in de betrokken afdeling, op basis van de modaliteiten die vooraf vastgelegd werden. De maatschappij en de spelers ingeschreven in deze falende ploeg zullen opgeroepen worden door de bevoegde commissie behoudens het geval waarvan sprake in volgende paragraaf.

Als het forfait te wijten is aan de maatschappij zelf, en deze laatste dit erkent in haar schriftelijke verklaring waarin ze het algemeen forfait aankondigt, zullen alle spelers ingeschreven in de falende ploeg ambtshalve vrij zijn vanaf de dag volgend op de vergadering van de bevoegde commissie die het punt op haar dagorde had, maar zij zullen, in geval van heraansluiting, niet meer mogen optreden in kampioenschapswedstrijden met hun oorspronkelijke maatschappij tijdens het betrokken seizoen, op straffe van aanzien te worden als niet gekwalificeerd.

Zo het forfait moet toegeschreven worden aan het feit dat sommige spelers weigeren om hun diensten aan te bieden, zullen de spelers die weigeren te spelen of die aan de oproeping geen gevolg geven, geschorst worden tot het einde van het seizoen; de andere spelers zullen ambtshalve hun vrijheid bekomen, uitgezonderd wanneer de maatschappij een andere ploeg opstelt in dezelfde afdeling of in een hogere afdeling dan deze van de falende ploeg. In dit laatste geval zal de maatschappij zelf beslissen welke spelers zij wenst vrij te geven of in te schrijven in de bedoelde afdelingen (gelijk of hoger); de aldus vrijgegeven spelers zullen, in geval van heraansluiting, niet meer mogen optreden in kampioenschapswedstrijden met hun oorspronkelijke maatschappij tijdens het betrokken seizoen, op straffe van aanzien te worden als niet gekwalificeerd.

Een speler met de leeftijd van kadet of volwassene, vrijgemaakt door de bevoegde commissie ten gevolge van het algemene forfait van zijn ploeg na aanvang van het kampioenschap, mag niet, als hij aan ten minste één kampioenschapswedstrijd heeft deelgenomen met die ploeg, met een andere maatschappij opgesteld worden tijdens het lopende seizoen, behalve in een andere maatschappij in een hogere afdeling dan de afdeling(en) waarin hij minstens één kampioenschapswedstrijd heeft afgewerkt. Als het een jeugdspeler betreft die een dubbele aansluiting geniet, mag hij nog geldig optreden in de andere maatschappij voor zover laatstgenoemde geen algemeen forfait verklaard heeft voor de ploeg waarbij die "jeugdspeler" ingeschreven is.

Een maatschappij kan geen algemeen forfait verklaren voor de laatste wedstrijd van het kampioenschap. Een algemeen forfait kan enkel indien er nog minstens 5 kampioenschapswedstrijden moeten gespeeld worden.

Algemeen forfait van een ploeg na het indienen van het Eenheidsformulier

Als de in gebreke blijvende ploeg niet kan worden vervangen, zal het aantal dalers ambtshalve worden verlaagd.

Art. 12.13 Verplichting tot het inschrijven van een ploeg "kadetten"

Nvt

Art. 12.14 In staat van schrapping stelling

Nvt

Art. 12.15 Rekrutering van scheidsrechters

Nvt

Art. 12.16 Opleidingsvergoedingen (niet geldig voor Entiteit Vlaanderen)

Nvt

HOOFDSTUK XIII : PLOEGEN

De verschillende ploegen zijn onderverdeeld in drie reeksen: "nationale", "gewestelijke" en "jeugd". De reeks "nationale" omvat:

1ste NATIONALE
2de NATIONALE

De reeks "gewestelijke" omvat:

LIGA
BEVORDERING
1ste Gewestelijke
2de Gewestelijke
3de Gewestelijke
DAMES
VETERANEN

De reeks "jeugd" omvat:

KADETTEN
MINIEMEN
PUPILLEN
PREPUPILLEN.

De leeftijd van de kadetten, miniemen, pupillen en prepupillen mag vóór 1 januari van het seizoen dat gaat beginnen respectievelijk 18, 15, 12 en 9 jaar niet bereikt hebben. Om opgesteld te worden in kampioenschapswedstrijden is de minimumleeftijd vastgesteld op 6 jaar; in dit geval wordt de verjaardag in rekening gebracht. De leeftijd voor vrouwelijke spelers is één jaar hoger, behalve bij de veteranen.

Vanaf 16 jaar (datum verjaardag) mag een meisje optreden bij de volwassenen, de kadetten en de miniemen.

Een speler mag bij de veteranen aantreden, als hij de leeftijd van 40 jaar bereikt heeft voor 1 januari van het betrokken seizoen.

Art. 13.2 Samenstelling

Aantal spelers toegelaten per speeldag en per afzonderlijke wedstrijd:

reeks “Nationale”: 6 reeksen "gewestelijke" en “jeugd”: 7

Minimum aantal spelers om een speeldag te beginnen in de
reeksen "nationale" en “gewestelijke”: 5

Minimum aantal spelers om een speeldag te beginnen en voort
te zetten in de reeks “jeugd”: 4

Aantal spelers toegelaten op de kaatsbaan: 5

Art. 13.1 Reeksen en afdelingen

Minimum aantal spelers om een speeldag geldig te kunnen
voortzetten in de reeksen "nationale" en “gewestelijke”: 5

behalve:

a) in geval van uitsluiting: 4
b) in geval van kwetsuur: 4
c) in geval een speler het plein verlaat: 4
d) in de gevallen voorzien in het Spelreglement

Elke inbreuk op deze beschikkingen zal aanzien en bestraft worden als een onregelmatige samenstelling van de ploeg.
Als de wedstrijd met 4 spelers begint of verder gaat, verliest de ploeg van de afwezige speler telkens het spel bij zijn opslagbeurt; de speler opgesteld tegenover de afwezige speler, moet niet of niet meer opslaan van zodra deze laatste zich niet meer binnen de lijnen van de kaatsbaan bevindt.

In geval een ploeg zich verplicht ziet met 4 spelers de wedstrijd verder te zetten, mag de speler die "ontbreekt" als gevolg van kwetsuur of toegestane terugtrekking, op ieder ogenblik het spel hernemen, na de scheidsrechter te hebben verwittigd. Van dat ogenblik af, zal de "overeenstemmende" speler van de tegenpartij zijn opslagbeurt moeten hernemen.

Art. 13.3 Oefenwedstrijden

Bij de oefenwedstrijden vóór de aanvang van het kampioenschap mogen de ploegen, per speeldag, meer dan 6 spelers opstellen (meer dan 7 in de reeksen "gewestelijke" en "jeugd") die aan hun maatschappij toegewezen zijn. Bij die oefenwedstrijden bestaat er geen enkele beperking betreffende het aantal spelerswissels per wedstrijd, zowel voor wat betreft het aantal spelers als het aantal wissels per speler, toegewezen aan die maatschappij.

Art. 13.4 Wijziging van samenstelling

Indien er zes spelers ingeschreven zijn, is het mogelijk, in de loop van een wedstrijd, de zesde speler op te stellen in de plaats van om het even welke van de vijf spelers die begonnen zijn. Deze wissel moet gebeuren bij het einde van een spel en nadat de kapitein hiervan melding gedaan heeft aan de scheidsrechter. Deze wissel is definitief tot op het einde van de.

Zo er in de reeks "gewestelijke" en bij de "jeugd" zeven spelers zijn ingeschreven, zijn twee wissels mogelijk. De tweede wissel zal gebeuren door het inbrengen van de nog niet opgestelde speler.

De 6de speler (of de 7de in de reeks "gewestelijke" en bij de "jeugd") die afwezig is op het ogenblik dat op hem beroep wordt gedaan om in te vallen, zal bestraft worden.

Art. 13.5 Wisseling van speler(s) toegestaan per afzonderlijke wedstrijd

Eén spelerswissel (twee in de reeksen "gewestelijke" en "jeugd") is toegelaten per afzonderlijke wedstrijd. Een wedstrijd wordt "afzonderlijk" genoemd als haar uitslag enkel van haar afhangt. Indien bijvoorbeeld drie ploegen betrokken zijn bij eenzelfde speeldag, betwist elke ploeg twee afzonderlijke wedstrijden. Een ploeg mag dus bij de tweede wedstrijd hernemen door naar keuze 5 van de 6 (of van de 7) ingeschreven spelers op te stellen, zelfs indien er al een wissel werd uitgevoerd tijdens de eerste wedstrijd.

Art. 13.6 Spelerswissel in geval van kwetsuur

In geval van kwetsuur is de wissel onmiddellijk toegelaten, zelfs in de loop van een spel. Eenzelfde speler (de gekwetste) mag het spel meermaals verlaten en het daarna hernemen. De tijd van het stilleggen van de wedstrijd, overgelaten aan het oordeel van de scheidsrechter, zal de tien minuten niet mogen overschrijden. Na deze wachttijd en indien er slechts vijf spelers zijn ingeschreven of indien er al een spelerswissel (twee in de reeks "gewestelijke" en bij de "jeugd") werd doorgevoerd, zal de ploeg met vier spelers moeten verder spelen. In dit laatste geval zal de gekwetste speler het spel op ieder ogenblik mogen hernemen (na melding bij de scheidsrechter). De zesde speler (en de 7de in de reeks"gewestelijke" en bij de "jeugd") moet kunnen worden ingebracht van zodra het door de scheidsrechter toegemeten oponthoud verstreken is. Zo hij zich op dat ogenblik niet in uitrusting op de kaatsbaan bevindt, zal hij niet meer mogen ingebracht worden in de plaats van de gekwetste speler, behalve wanneer de wissel moet gebeuren door een speler die zich met vertraging aanmeldt

Art. 13.7 Vervangingen

In de gevallen voorzien in de artikelen 9 en 10 van hoofdstuk XIV moeten de vervangers in het bezit zijn van een toelating, opgesteld in tweevoud, op een officieel document

De twee exemplaren zullen toevertrouwd worden aan de speler die ze, vóór de aanvang van de wedstrijd, aan de scheidsrechter zal overhandigen. Deze laatste zal beide exemplaren bij het verslag voegen dat wordt overgemaakt aan het bevoegde secretariaat.

Art. 13.8 Onregelmatige samenstelling

Elke onregelmatige samenstelling zal bestraft worden met een boete en met het verlies van de punten, spellen en vijftienen behaald tijdens de wedstrijden die de ploeg in deze samenstelling heeft betwist. De ploeg zal slechts op de laatste prijs kunnen aanspraak maken.

Het laattijdig ontdekken van de onregelmatigheid zal alleen invloed kunnen hebben op de aan de gang zijnde fase van het kampioenschap, maar de voorziene boete zal altijd toegepast worden.

Art. 13.9 Te laat aantredende of onvolledige ploeg

De ploeg die zich niet in uitrusting op de kaatsbaan zal bevinden een half uur na het voorziene aanvangsuur, zal aan de wedstrijd niet meer mogen deelnemen, noch prijzen opeisen. Zij zal bovendien strafbaar zijn met de sancties voorzien voor de niet verklaarde forfaits. Zo de ploeg erin slaagt zich binnen het half uur in uitrusting aan te bieden op de kaatsbaan, zal de boete voor laattijdig begin toegepast worden en de speler(s) in gebreke zal (zullen) eveneens bestraft worden met de boeten voorzien voor laattijdige aankomst. Wanneer voor een speeldag met drie of vier ploegen de volgorde van de ontmoetingen vooraf werd vastgesteld, zal (zullen) de ploeg(en) die de tweede wedstrijd moet(en) spelen - op straffe van dezelfde sancties - zich uiterlijk één uur na het voor de eerste wedstrijd voorziene aanvangsuur in uitrusting op de kaatsbaan moeten bevinden. De wachttijd van een half uur is eveneens van toepassing voor de ploegen die de tweede wedstrijd moeten spelen. Indien het evenwel een vriendschappelijke wedstrijd betreft waarvoor slechts twee ploegen zijn aangeworven, zal de wachttijd één uur bedragen.

Art. 13.10 Verlaten van het spel

Art. 13.10 Verlaten van het spel

Een ploeg die om welke reden ook het terrein verlaat, zal als verliezende partij verklaard worden. Zij zal op geen enkele vergoeding aanspraak kunnen maken en zal bestraft worden met de sancties vastgesteld voor een niet verklaard forfait.

Art. 13.11 Uitrusting

De voorgeschreven uitrusting is verplicht voor elke ploeg.

Deze uitrusting (trui, broek en gebeurlijk trainingsvest) moet proper zijn, eenvormig en van dezelfde kleur voor alle spelers van eenzelfde ploeg, zelfs voor een vervanger. De kleur van de uitrusting van de hele ploeg moet identiek blijven, ongeacht of een speler een trui of een trainingsvest draagt.

In de reeks "nationale" moeten de aanwezige ploegen optreden in een uitrusting van verschillende kleur; de truien met verschillende kleuren zullen een dominante kleur vertonen, die vóór het seizoen zal kenbaar gemaakt worden aan de bevoegde commissie. De bezoekende ploeg moet verplicht optreden in de opgegeven kleur. Wanneer het gaat om een wedstrijd die betwist wordt tussen twee bezoekende ploegen die dezelfde kleur van uitrusting hebben doorgegeven, zal de scheidsrechter, zo er geen akkoord is tussen de aanwezige ploegen, door loting, uit te voeren bij de handschoencontrole vóór de wedstrijd, de ploeg aanduiden die van trui moet veranderen.

Het dragen van een korte broek is alleen toegelaten in de wedstrijden van de reeks "jeugd".

Art. 14.1 Aansluiting

Nvt

HOOFDSTUK XIV SPELERS

Art. 14.2 Niet toegelaten dubbele aansluiting

Nvt

Art. 14.3 Deelname aan twee verschillende inrichtingen op dezelfde dag

De deelneming van een speler behorend tot de "volwassenen" aan twee verschillende inrichtingen op dezelfde dag, is verboden.

Een speler die volgens zijn leeftijd behoort tot de reeks "jeugd" mag dezelfde dag door zijn maatschappij in twee verschillende afdelingen worden opgesteld, op voorwaarde dat één afdeling die is welke overeenstemt met zijn leeftijd.

De in gebreke bevonden speler zal beschouwd worden als niet spelgerechtigd voor de tweede inrichting.

Art. 14.4 Ambtshalve vrije speler

Nvt

Art. 14.5 Spelers die vrij zijn na de beslissing van de bevoegde commissie

Nvt

Art. 14.6 Toekomstige aansluiting van vrijgegeven spelers

Nvt

Art. 14.7 Spelers die opgesteld mogen worden

Een maatschappij mag alleen de bij haar regelmatig aangesloten spelers opstellen. Bij wijze van uitzondering zal zij VÓÓR 15 augustus gebruik mogen maken van één plaatsvervanger per speeldag en, vanaf die datum, van drie plaatsvervangers in de gevallen respectievelijk voorzien in artikelen 9 en 10 van huidig hoofdstuk XIV.

Art. 14.8 Door zijn maatschappij opgestelde speler: beperkingen - verbodsbepalingen

Een speler behorend tot de "volwassenen" mag door ZIJN maatschappij NOOIT opgesteld worden in een afdeling die lager is dan deze waarin hij is ingeschreven.

Een speler, volgens zijn leeftijd behorend tot de "jongeren", mag door zijn maatschappij opgesteld worden in al de afdelingen van de "jongeren" waarin hij op grond van zijn leeftijd mag optreden.

De spelers behorend tot de afdelingen "prepupillen", "pupillen" en "miniemen" mogen alleen optreden in de afdeling die overeenstemt met hun leeftijd en in de onmiddellijk hogere afdeling.

De spelers die volgens hun leeftijd onder de afdeling « kadetten » vallen mogen opgesteld worden in alle volwassenen afdelingen.

Art. 14.9 Vervangingen

Algemeen principe

Geen enkele vervanging is toegelaten in het kampioenschap, de beker van België, SuperCup, inrichting op de Grote Markt van Brussel en op de erkende Nationale Speeldagen en de SuperCup voor de jeugdspelers. Hetzelfde geldt voor de inrichtingen waarvan sprake in het laatste lid van dit artikel. De aanvragen moeten hiervoor worden ingediend bij het secretariaat van de NK-FNJP ten laatste

op 30 november voorafgaand aan hert seizoen in kwestie.

Een volwassen speler mag als vervanger optreden in een afdeling gelijk aan of hoger dan die van zijn inschrijving, behalve bij tornooien (zie art. 20 van hfdstk. XX):

a) twee prestaties per week (de week begint 's maandags);

b) in het bezit zijn van een toelating door zijn maatschappij in tweevoud;

c) slechts 1 plaatsvervanger per ploeg is toegelaten.

De spelers die op basis van hun leeftijd behoren tot de reeks "jeugd" mogen onder dezelfde voorwaarden als vervanger optreden in een afdeling die gelijk is aan of onmiddellijk hoger is dan deze die overeenstemt met hun leeftijd.

Een speler mag evenwel nooit aan eenzelfde tornooi of aan eenzelfde Grote Prijs deelnemen met meer dan één ploeg. Zijn deelneming met een andere ploeg zal als onregelmatig beschouwd worden.

Er zal geen enkele plaatsvervanger mogen opgesteld worden in bepaalde inrichtingen, waarvan de lijst jaarlijks zal vastgelegd worden door de RVB.

Art. 14.10 Vervangingen toegelaten vanaf 15 augustus

Vanaf 15 augustus zal een speler behorend tot de "volwassenen" tweemaal per week (DIT IS NIET CUMULATIEF met artikel 9.a van huidig hoofdstuk XIV) als vervanger mogen optreden in alle afdelingen van de reeksen "nationale ", maar enkel in vriendschappelijke wedstrijden.

Vanaf dezelfde datum zullen, in hogervermelde wedstrijden, drie plaatsvervangers per ploeg mogen opgesteld worden.

De toelating voorzien in hogervermeld artikel 9 is steeds verplicht.

Art. 14.11 Straf uitgesproken door een maatschappij

Een straf door een maatschappij uitgesproken tegenover één van haar spelers, is slechts geldig na bekrachtiging door de bevoegde commissie en nadat het de betrokken partijen opgeroepen heeft.

Art. 14.12 Overzending van de aansluitingsdocumenten

Nvt

Art. 14.13 “Dubbele aansluiting” bij de jeugd

Nvt

Art. 14.13 bis « Dubbele aansluiting » bij de volwassenen - veteranen

Nvt

Art. 14.14 Nieuwe aansluitingsdocument bij verkregen vrijheid

Nvt

Art. 14.15 Nieuwe aansluitingsdocument bij overgang

Nvt

Art. 14.16 Tijdelijke aansluiting van een speler die vrij is, bij een entiteit (muurkaatsen)

Nvt

Art. 14.17 Briefwisseling voor een speler

Alle briefwisseling die uitgaat van de federatie en die bestemd is voor een speler, zal opgesteld worden in de taal van zijn maatschappij; een kopie zal tegelijkertijd overgemaakt worden aan het secretariaat van de betrokken maatschappij. De speler zelf is verantwoordelijk voor de juistheid van zijn adres; dit houdt in dat hij, als zijn huidig adres niet meer overeenstemt met het adres vermeld op zijn aansluiting, hij door zijn maatschappij een nieuwe aansluiting zal moeten laten opstellen. Doet hij dit niet, dan zal hij alle gevolgen moeten dragen die kunnen voortspruiten uit het niet of het niet tijdig ontvangen van de voor hem bestemde briefwisseling.

Art. 14.18 Kapitein

Onder de spelers die optreden op de kaatsbaan zal de kapitein aangeduid worden; hij zal een armband dragen bevestigd tussen de schouder en de elleboog. Deze armband moet steeds zichtbaar zijn.

Art. 14.19 Verbergen van stoffen of voorwerpen in armbanden

Het is de spelers verboden armbanden te dragen waarin vreemde stoffen of voorwerpen zouden verborgen zijn, die van aard zijn de opslag te versterken.

Art. 14.20 Verlaten van het spel

Wanneer een speler het terrein verlaat zonder het akkoord van zijn kapitein en zonder dat deze laatste er de scheidsrechter van in kennis gesteld heeft, zal het lopende spel verder gezet worden met vier spelers. Als het zijn beurt is om op te slaan, zal het spel verloren zijn. Deze speler zal tijdens diezelfde speeldag niet meer mogen opgesteld worden. Wanneer er nog een wissel mogelijk is, zal de ploeg mogen vervolledigd worden voor het volgende spel.

Art. 14.21 Gedrag op de kaatsbaan

Het is de spelers die aan de wedstrijd deelnemen verboden te roken en alcoholische dranken te gebruiken. Zij mogen slechts een verfrissing gebruiken bij het wisselen van kamp. Het gebruiken van verfrissingen mag het verloop van de wedstrijd niet onderbreken of vertragen. Een speler die drinkt op een ogenblik dat het niet toegelaten is volgens onderhavig artikel zal niet meer mogen deelnemen aan het aan de gang zijnde spel; als hij een verfrissing gebruikt tussen twee spellen (het ene beëindigd en het andere nog niet begonnen), zal hij niet mogen deelnemen aan het volgende spel. Als het op dat ogenblik de opslagbeurt is van de betrokken speler, zal zijn ploeg in beide gevallen het spel "blanco" verliezen. Indien een speler onrechtmatig zou deelnemen na gedronken te hebben, zal de scheidsrechter dit vermelden op zijn verslag en de schuldige speler zal als niet gekwalificeerd aanzien worden. Er bestaat geen enkele uitzondering op de toepassing van deze beschikkingen.

Art. 14.22 Verbod van stimulerende middelen

Het is uitdrukkelijk verboden stimulerende middelen te nemen ter gelegenheid van een deelneming aan kaatswedstrijden en de in overtreding bevonden spelers zullen gestraft worden. Dezelfde sancties zullen toegepast worden in geval van weigering om een anti-dopingcontrole te ondergaan.

Art. 14.23 Het begrip effectieve prestatie

De inschrijving van de naam van een speler op het scheidsrechtersverslag wordt gelijkgesteld met een effectieve prestatie.

Art. 14.24 Coach

Een coach is een persoon die de functie van afgevaardigde vervult, maar die niet noodzakelijk lid is van het bestuur van de maatschappij waarvoor hij optreedt.

Art. 14.25 Onverenigbaarheid speler en scheidsrechter

Tijdens éénzelfde kaatswedstrijd of speeldag mag een speler die ingeschreven werd op het scheidsrechtersverslag niet eveneens scheidsrechter zijn voor die betrokken kaatswedstrijd of speeldag, behalve als hij niet speelt (reservespeler).

HOOFDSTUK XV Strafkaarten

Toepassing voor alle vormen van strijd bij volwassenen en jongeren. Tijdens het gevecht kan elke overtreding van R.O.I. is vatbaar voor een gele kaart.

Tijdens éénzelfde speeldag worden twee gele kaarten, toegekend aan éénzelfde speler, gelijkgesteld met een rode kaart. De betrokken speler in overtreding wordt onmiddellijk uitgesloten en wordt met dezelfde straffen gestraft als voor de toekenning van een rode kaart.

Een uitgesloten speler mag niet worden vervangen. Zijn uitsluiting heeft van ambtshalve het verlies van zijn spel voor het vervolg van de wedstrijd tot gevolg. Zijn rechtstreekse tegenstander bij de opslag zal dus niet meer moeten opslaan bij zijn opslagbeurt, zijn spel is dus van ambtswege gewonnen.

Zodra een speler met twee gele kaarten is gestraft, wordt hij automatisch geschorst voor de volgende speeldag van het kampioenschap van de ploeg waarbij hij is ingeschreven, waarbij erop gewezen wordt dat het hem verboden is deel te nemen aan elke andere wedstrijd met een andere ploeg van zijn maatschappij of als vervanger in een andere maatschappij. Dezelfde straf wordt toegepast voor de speler die als vervanger opgesteld worden.

Een kadet die een tweede gele kaart krijgt wordt geschorst tijdens de eerste kampioenschapsspeeldag in de afdeling van de ploeg waarmee hij optrad toen hij die tweede gele kaart kreeg.

De toekenning van een gele kaart wijzigt geenszins de straffen waarin het RIO anderzijds voorziet.

De scheidsrechter vermeldt in het scheidsrechtersverslag de naam van de spelers die een gele kaart gekregen zullen hebben, evenals de stand op dat moment.

Alle toegekende gele kaarten worden bijgehouden door de secretaris van het bevoegde bestuur. Een samenvattende lijst wordt op de website van de bond geplaatst en per e-mail overgemaakt aan de vleugelsecretarissen.

De speler en diens maatschappij alleen zijn verantwoordelijk voor de toepassing van de schorsing op de juiste datum.

Op het einde van het seizoen wordt de speler die twee gele kaarten zou tellen, geschorst voor de eerste speeldag van het kampioenschap van het daarop volgende.
Op het einde van het seizoen maakt de secretaris van de NK-FNJP de lijst van de spelers die één of twee gele kaarten tellen en op wie de sanctie toegepast wordt in het volgende seizoen, bekend op de website van de bond.

Een gele kaart die toegekend wordt tijdens seizoen (x) blijft geldig tot aan het einde van het seizoen (x + 1).

Een geldboete waarvan het bedrag opgenomen is in en bepaald wordt bij het barema van de straffen wordt voor elke toegekende gele kaart geïnd.

Art. 15.2 De rode kaart

Wordt toegepast voor alle wedstrijden bij de volwassenen en de jeugd.
De straffen, met inbegrip van de schorsingen, gelden voor alle spelers die aan die wedstrijden deelnemen.

Strafbaar met een rode kaart en, bijgevolg, met een onmiddellijke uitsluiting is iedere speler die zich schuldig maakt aan geweldpleging op een scheidsrechter, een speler of een toeschouwer en hij wordt automatisch geschorst voor de volgende kampioenschapsspeeldag. Dezelfde straf geldt voor de spelers die als vervanger optreden.

De toewijzing van een rode kaart wijzigt geenszins de straffen waarin het RIO anderzijds voorziet.

De scheidsrechter vermeldt in het scheidsrechtersverslag de naam van de spelers die een rode kaart gekregen zullen hebben, evenals de stand op dat moment en zal een aanvullend verslag opmaken met vermelding van de feiten.

Een uitgesloten speler mag niet worden vervangen. Zijn uitsluiting heeft van ambtshalve het verlies van zijn spel voor het vervolg van de wedstrijd tot gevolg. Zijn rechtstreekse tegenstander bij de opslag zal dus niet meer moeten opslaan bij zijn opslagbeurt, zijn spel is dus van ambtswege gewonnen.

Alle toegekende rode kaarten worden geteld door de secretaris van de NK-FNJP.

Elke speler die een rode kaart krijgt toegewezen, wordt automatisch geschorst voor de volgende dag van het kampioenschap van het team waarin hij is geregistreerd, waarbij hij eraan herinnert dat hij op die dag ook niet mag deelnemen aan enig ander gevecht met een ander team. van zijn bedrijf of als vervanging in een ander bedrijf (I). Dezelfde sanctie zal van toepassing zijn op spelers die opgesteld staan ​​als "wisselspeler".

Alle toegekende rode kaarten worden geteld door de secretaris van de bevoegde commissie. Een samenvattende lijst wordt op de website van de federatie gepubliceerd en per e-mail naar alle vleugelsecretarissen gestuurd.

De speler en diens maatschappij alleen zijn verantwoordelijk voor de toepassing van de schorsing op de juiste datum.

Aan het einde van het seizoen wordt de speler die een rode kaart scoort geschorst voor de eerste dag van het kampioenschap van het volgende seizoen.

Aan het einde van het seizoen geeft de secretaris van de NK-FNJP. publiceert op de website van de federatie de lijst van spelers die een rode kaart tellen en wiens sanctie het volgende seizoen zal worden toegepast.

Voor elke toegekende rode kaart wordt een boete geheven van het bedrag dat is vermeld in de sanctietabel.

HOOFDSTUK XVI OVERGANGEN

HOOFDSTUK XVII FUSIES

HOOFDSTUK XVIII DE MAERIELE INRICHTING

Zie het “Kaatsspelreglement”
Zie het “Kaatsspelreglement”

HOOFDSTUK XIX DE KAATSHANDSCHOEN

HOOFDSTUK XX
LES ORGANISATIONS

DEEL 1- DE KAMPIOENSCHAPPEN

Een kampioenschap bestaat uit 1 of 2 ronden; elke ronde telt een gelijk aantal heen- en terugwedstrijden, gebeurlijk gevolgd door een eindfase.

Alle wedstrijden, met uitzondering van de vriendschappelijke wedstrijden, moeten verplicht gespeeld worden naar:

13 gewonnen spellen in de reeksen “nationale” en “gewestelijke”; - 10 gewonnen spellen in de afdeling “kadetten” en “miniemen”;
- 7 gewonnen spellen voor de speeldagen met 3 of 4 ploegen.

Art. 20.2 Nationale kaatsinrichtingen

Nvt

Art. 20.2 Nationale kaatsinrichtingen

De raad van bestuur organiseert het kampioenschap in alle afdelingen van de reeks “nationale”.

Art. 20.3 Kampioenschap van België voor de ploegen van gewestelijke en jeugdspelers

Er wordt een nationaal kampioenschap ingericht in de afdelingen waarvan sprake in artikel 1 van dit hoofdstuk XX (met uitzondering van de afdeling «pupillen» en "prepupillen", waar alleen een gewestelijk kampioenschap of kampioenschap tussen de entiteiten ingericht wordt). Deze inrichting berust bij de RVB voor de "volwassenen" en bij de "jongeren". Bij de volwassenen nemen de eerste twee van elke vleugel eraan deel. Bij de jeugd wordt eraan deelgenomen door de eerst gerangschikte van elke entiteit.

Art. 20.4 Kampioenschappen: voorwaarden om opgesteld te worden

De kampioenschappen worden betwist in heen- en terugwedstrijden. Als, bij een inrichting met drie ploegen betwist in drie kwalificerende speeldagen voor een volgende ronde of voor de finale, een ploeg afwezig of onvolledig is, zal de speeldag betwist worden zoals een inrichting met twee ploegen in zeven spellen voor de klassering. De tekortkomende maatschappij verklaart algemeen forfait.

Art. 20.5 Nadere regels voor een kaatsinrichting

De inrichting omvat:

1° het vaststellen van het aantal series in elke afdeling;

2° de verdeling van de ploegen over deze series;

3° het opstellen van de wedstrijdkalenders;

4° de klassementen;

5° de modaliteiten van klimmen en dalen, vast te leggen vóór de aanvang van het kampioenschap.

Art. 20.6 Vaststelling van de plaats, data en aanvangsuren van de wedstrijden

De bevoegde commissie legt de data en de aanvangsuren van de wedstrijden vast.

Art. 20.7 Wijziging in het programma

Geen enkele wijziging mag aangebracht worden in het programma, zelfs met het akkoord van de maatschappijen, zonder de toestemming van de bevoegde commissie. Voor die aangelegenheid mag de bevoegde commissie een machtiging verlenen aan zijn secretaris.

Art. 20.8 Niet nageleefde programma’s

Elke tekortkoming in het naleven van deze programma's zal bestraft worden.

Art. 20.9 Niet nageleefde programma’s

Voorbehouden

Art. 20.10 Nationale kampioenschappen: vaststelling van de data

De RVB legt jaarlijks de verschillende data vast voor het kampioenschap in de reeks “nationale”, evenals de data van de verschillende nationale kampioenschappen in de categorie “gewestelijke” en “jeugdspelers”.

De RVB heeft het recht data te bepalen waarop sommige (of alle) ploegen niet mogen spelen.

Art. 20.11 Wijziging in de kalender

Geen enkele wijziging is toegelaten zonder de instemming van het bevoegde bondsbestuur. Voor die aangelegenheid kan de bevoegde commissie een machtiging verlenen aan zijn secretaris. Behoudens dit geval van aangevraagde wijziging kunnen enkel de scheidsrechters de wedstrijd uitstellen, meer bepaald wegens slechte weersomstandigheden na inachtneming van de reglementaire wachttijd.

Art. 20.12 Uitgestelde of voort te zetten kampioenschapswedstrijden

Elke kampioenschapswedstrijd die uitgesteld werd of niet beëindigd is, moet gespeeld of voortgezet worden binnen de drie weken volgend op de aanvankelijk voor die wedstrijden voorziene datum. Deze beschikking is van toepassing op ALLE wedstrijden voor jeugd en volwassenen. Indien geen overeenstemming wordt bereikt binnen de zeven dagen tussen de betrokken maatschappijen, worden datum, plaats en uur van de uitgestelde wedstrijd of de voortzetting door de voor de betrokken competitie bevoegde commissie opgelegd.

Alle uitgestelde of niet beëindigde wedstrijden moeten evenwel gespeeld of voortgezet worden vóór de laatste speeldag van het kampioenschap (of, in voorkomend geval, van de eerste en van de tweede ronde), zonder rekening te houden met deze termijnen.

De betrokken maatschappijen zullen hun nieuwe voorkeurdatum laten optekenen op het scheidsrechtersverslag met inachtneming van bovenbedoelde vastgestelde termijn; doen zij dit niet of wanneer er geen akkoord is, zal de bevoegde commissie de maatregel omschreven in dit artikel, § 1 (derde volzin), toepassen.

Wanneer een hierboven bedoeld uitstel een wijziging meebrengt aan de kalender van de vriendschappelijke wedstrijden, zal het secretariaat van het bevoegd bondsbestuur de inrichtende maatschappijen in kennis stellen van de onbeschikbaarheid van de aangeworven ploegen.

Art. 20.13 Kampioenschapswedstrijden die in een heen- en terugwedstrijd betwist worden tussen drie ploegen

Wanneer het gaat om kampioenschapswedstrijden betwist tussen drie ploegen in heen- en terugwedstrijden, zullen de bezoekende ploegen ambtshalve deelnemen aan de eerste wedstrijd. De verliezende ploeg zal in de tweede wedstrijd de derde ploeg ontmoeten.

Art. 20.14 Wedstrijden met heenwedstrijd voor terugwedstrijd / laatste kampioenschapswedstrijd

In een kampioenschap met wedstrijden in een heen- en een terugwedstrijd moeten alle heenwedstrijden van een maatschappij betwist worden voor aanvang van de terugwedstrijden. Enkel de laatste heenwedstrijd zou gespeeld kunnen worden na aanvang van de terugwedstrijden, als slechte weersomstandigheden het uitstel van de laatste heenwedstrijd veroorzaakt hebben.

Per afdeling is het vanzelfsprekend verboden een wedstrijd van een kampioenschapsronde te betwisten voor de eerste wedstrijd van een eventueel andere ronde.

Alle wedstrijden van de laatste speeldag van een kampioenschap (eerste en tweede ronde) in éénzelfde afdeling dienen op dezelfde dag gespeeld en op hetzelfde uur begonnen te worden.

Art. 20.15 Definitieve stopzetting van een wedstrijd als gevolg van ernstige incidenten

Wanneer de ontmoeting definitief stopgezet werd ten gevolge van ernstige incidenten zal, indien men vreest dat er zich nieuwe incidenten kunnen voordoen, de bevoegde commissie kunnen beslissen dat de wedstrijd moet voortgezet worden op een neutrale kaatsbaan.

Wanneer de stopzetting te wijten is aan de verwonding van een speler of van de scheidsrechter, opzettelijk veroorzaakt door een speler, een bestuurslid, een coach of een supporter van de tegenpartij waarbij de verwonding de speler belet heeft de wedstrijd voort te zetten, zal de bevoegde commissie de ploeg die aan de basis ligt van de incidenten, als verliezende partij kunnen verklaren. Deze laatste zal de uitslag behouden die zij verworven had op het ogenblik van de definitieve stopzetting; een onbeëindigd spel wordt nietig verklaard of verliest de wedstrijd per forfait; de bevoegde commissie oordeelt al naar gelang het behandelde geval.

Art. 20.16 Samenstelling van de ploegen bij uitstel of voortzetting van een wedstrijd

Aan een uitgestelde of aan de voortzetting van een stopgezette wedstrijd mag enkel deelgenomen worden door de spelers die op de datum waarop de wedstrijd aanvankelijk op de kalender stond, bij de maatschappij aangesloten en gekwalificeerd waren.

Bij de voortzetting van een ontmoeting moet de volgorde van de opslagers nageleefd worden. De reeds opgestelde spelers hernemen hun respectieve opslagbeurt en de nieuw opgestelde spelers nemen de beurt van de vervangen spelers. De toss voor de keuze van het kamp is niet van toepassing daar de ploegen de plaats innemen die ze op de kaatsbaan hadden op het ogenblik waarop de wedstrijd gestopt werd.

Voor de wissel van een speler (van twee spelers in de reeks "gewestelijke" en bij de "jongeren") in de loop van de wedstrijd, zijn de algemene regels van toepassing, met dien verstande dat de stopgezette wedstrijd en de voortzetting ervan beschouwd worden als één enkele wedstrijd.

De wijzigingen aangebracht aan de samenstelling van de ploeg voor het voortspelen van de wedstrijd worden niet aanzien als een wissel; een speler die in de loop van de stopgezette wedstrijd werd gewisseld, mag dus opnieuw opgesteld worden.

Bij het spelen of voortspelen van een niet begonnen of stopgezette wedstrijd moet het aantal spelers niet overeenstemmen met het oorspronkelijk aantal spelers ingeschreven op het scheidsrechtersverslag, maar de wedstrijd zal moeten voortgezet worden met vier spelers in geval dat, tijdens de niet beëindigde wedstrijd, een speler werd uitgesloten als gevolg van de toepassing van artikel 2.a. of 2.c. van hoofdstuk XIII en als, in dit laatste geval, de speler niet werd gewisseld.

Art. 20.17 Niet betwiste wedstrijd

Als twee ploegen zich akkoord stellen om een wedstrijd van het kampioenschap niet te spelen, zal een niet verklaard forfait uitgesproken worden tegenover elke ploeg.

Art. 20.18 Voorrang

Een wedstrijd die opgenomen is in de kalender van het kampioenschap of Beker van België heeft voorrang op elke andere inrichting, ongeacht wie de inrichter ervan is, rekening houdend met de rangorde van de afdelingen.

Art. 20.19 Twee kampioenschapswedstrijden op dezelfde dag (zelfde afdeling)

Nvt

DEEL 2 - DE ANDERE INRICHTINGEN
Art. 20.20 Tornooien – Beker van België

Een kaatsinrichting wordt “Beker van België” genoemd als in de eerste ronde alle ploegen van de reeks “nationale” voor volwassenen tegen elkaar kunnen uitkomen; alle ploegen van de vleugels bij de kadetten, miniemen en pupillen. Dat systeem met uitschakeling ronde per ronde eindigt met een laatste speeldag met vier ploegen in “nationale” en zes ploegen bij de “kadetten”, “miniemen” en pupillen.

De SuperCup is de ontmoeting, met verwijzing naar het klassement van het voorgaande seizoen, van de kampioen en de vice-kampioen van België uit Nationale 1 en de winnaar van de Beker van België. Als éénzelfde ploeg tegelijk de Beker van België won en (vice-)kampioen van België werd, wordt de ploeg die derde eindigde van het kampioenschap in Nationale 1 voor deelname aan de SuperCup uitgenodigd.

Een kaatsinrichting wordt “tornooi” genoemd indien zij zich afspeelt in het tijdsbestek van zeven kalenderdagen en voor zover de voorwaarden waarvan sprake in de volgende paragraaf volledig zijn vervuld.

De inrichter moet onder de ploegen van Nationale 1 of 2 minstens negen ploegen en hoogstens zestien ploegen uitnodigen. Hij mag drie of vier schiftingen met drie of vier deelnemers voorzien, en een finale met drie of vier deelnemers (1 ploeg die doorstoot per schifting).

Elke maatschappij die deelneemt aan een tornooi is verplicht op voorhand de verbintenis te ondertekenen (zie document F16). Voor aanvang van het tornooi zendt de inrichter een voor eensluidend verklaard afschrift over aan de secretaris van de NK-FNJP.

De deelnemende maatschappijen zijn verplicht om bij die tornooiwedstrijden minstens vier basisspelers op te stellen onder de spelers ingeschreven op het enig formulier in de afdeling van de aangeworven ploeg. Bij tekortkomingen geldt code 104 van het barema van de straffen.

Zij mogen evenwel een vervanger opstellen; laatstgenoemde moet steeds ingeschreven zijn in een lagere afdeling dan de ploeg waarin hij de vervanging waarneemt. Die beperkingen blijven gelden na 15 augustus.

Een uitgestelde finale van een tornooi moet nog tijdens hetzelfde seizoen gespeeld worden; zoniet moet het bedrag van de tweede prijs uitgekeerd worden aan elke ploeg die voor de finale gekwalificeerd was.

Voor de heffingen, de toegangsprijzen voor de kaatsbanen, tornooikaarten en onkostenvergoedingen aan de deelnemende maatschappijen wordt verwezen naar het barema vastgesteld door de RVB.

Art. 20.21 Diverse benamingen

Een inrichting wordt een “Grote Prijs” genoemd indien er minstens twee schiftingsspeeldagen en één finale betwist worden.

Elke andere inrichting heeft de benaming “vriendschappelijke wedstrijd”.

De maatschappijen die tornooien, grote prijzen of vriendschappelijke wedstrijden inrichten, delen het prijzenbedrag mee aan de deelnemende maatschappijen, en eventueel de andere nadere.

De voorrang is de volgende: Beker van België, tornooi, grote prijs, vriendschappelijke wedstrijd.

Er mag geen enkele andere wedstrijd met deelname van een niet-gekwalificeerde ploeg in Nationale 1 ingericht worden de dag van de finale van de Beker van België, van de finale van een tornooi, van de SuperCup en van de speeldag op de Grote Markt van Brussel.

Art. 20.22 Selecties

a. Selecties voor inrichtingen op nationaal vlak

Ontmoetingen met deelneming van één of meerdere “selecties” moeten toegestaan worden door het bestuur van de vleugel waar de organisatie plaatsvindt. Diezelfde vleugel zal bovendien bevoegd zijn om te onderzoeken en uitspraak te doen in eerste aanleg betreffende de incidenten, de geschillen en de administratieve en technische gebreken die op deze organisaties betrekking hebben (te noteren valt dat, wanneer een selectie gevormd wordt door de RVB, de sportcommissie in eerste aanleg bevoegd is).

Die wedstrijden zullen geleid worden door een scheidsrechter aan te duiden door de vleugel die de organisatie heeft toegelaten en het scheidsrechtersverslag zal naar het secretariaat van die laatste commissie worden opgestuurd, behalve als de selectie gevormd wordt door de RVB, in dat geval wordt het scheidsrechtersverslag opgestuurd naar het secretariaat van NK-FNJP.

De spelers zullen in het bezit moeten zijn van de toelating bedoeld in artikel 9.b van hoofdstuk XIV

b. Selecties voor internationale wedstrijden

De vorming van selecties voor internationale wedstrijden behoort tot de bevoegdheden van de sportcommissie. Een speler die zonder geldige reden een selectie weigert zal, op straffe van te worden aanzien als een niet gekwalificeerde speler, niet mogen aantreden op de dag(en) waarop de selectieploeg een wedstrijd dient te betwisten en op de dag(en) dat de spelers die deel uitmaken van de selectie belet zijn door verplichtingen die voortvloeien uit deze selectie. Een maatschappij van wie een speler opgeroepen wordt om deel uit te maken van een selectie, heeft de mogelijkheid om het verleggen aan te vragen van elke kampioenschaps- of bekerwedstrijd, te betwisten door de ploeg waarin de geselecteerde speler is ingeschreven of doorgaans optreedt, tijdens de periode waarin de betrokken speler zijn verplichtingen voortspruitend uit deze selectie, nakomt; de federale commissie die bevoegd is voor de afdeling waarin deze ploeg optreedt, zal in dat geval de nieuwe datum vaststellen.

Art. 20.23 Kalender

De RVB legt jaarlijks de data vast van de wedstrijden voor de Beker van België, de tornooien, de Super Cup en de inrichting op de Grote Markt van Brussel.

Art. 20.24

Voorbehouden

Art. 20.25 Inrichtingen met meer dan twee ploegen

Voor de organisaties met meer dan twee ploegen kan de inrichter, op de "lijst van de wedstrijden", de volgorde van de ontmoetingen aanduiden. Deed hij dit niet, dan zal het programma ervan opgesteld worden in functie van de volgorde waarin de deelnemende ploegen vermeld zijn op de "lijst van de wedstrijden" (de plaatselijke ploeg speelt de tweede wedstrijd).

Bij een speeldag met vier ploegen en zo er één afwezig is, betwisten de andere ploegen de speeldag zoals voorzien voor iedere andere inrichting tussen drie ploegen; de plaatselijke ploeg krijgt de "hoed". Indien er geen plaatselijke ploeg is en zo de afwezige ploeg de eerste wedstrijd van de speeldag diende te betwisten, zal de scheidsrechter overgaan tot een loting om de "hoed" aan te wijzen.

Als voor een speeldag met drie of vier ploegen, slechts twee ploegen aanwezig zijn, wordt de speeldag betwist zoals iedere andere inrichting met twee ploegen.

Als er op een dag tussen drie of vier teams slechts twee teams aanwezig zijn, wordt de dag gespeeld zoals elke andere organisatie tussen twee teams.

Als, bij een inrichting met drie ploegen betwist in drie kwalificerende speeldagen voor een volgende ronde of voor de finale, een ploeg afwezig of onvolledig is, zal de speeldag betwist worden zoals een inrichting met twee ploegen in zeven spellen voor het klassement, waarbij de tekortkomende ploeg enkel algemeen forfait.

Art. 20.26 Plaatselijke ploeg in een inrichting met meerdere schiftingen

Nvt

Art. 20.27 Finales

Bij finaledagen met vier ploegen is de volgorde van de halve finales als volgt vastgesteld:

- 1ste halve finale, tussen de winnaars van de eerste twee schiftingswedstrijden - 2de halve finale, tussen de winnaars van de laatste twee schiftingsdagen.

Bij finales met drie ploegen geniet de winnaar van de laatste schiftingsdag van de "hoed”.
Wat betreft de finale van de Beker van België, wordt de volgorde van de ontmoetingen per lottrekking bepaald.

Art. 20.28 Onverenigbaarheid

Een ploeg mag zich niet verbinden voor inrichtingen waarvan de finales op dezelfde datum voorzien zijn. Zij mag zich voor eenzelfde datum voor niet meer dan één inrichting verbinden.

Een ploeg die aangeworven is voor een tornooi of een Grote Prijs mag geen andere verbintenis meer aangaan voor de finaledag van deze Grote Prijs.

Een ploeg die al een verbintenis heeft voor de voorziene dag van de finale van een tornooi of een Grote Prijs, mag zich niet inschrijven voor dit tornooi of deze Grote Prijs.

De verbintenissen aangegaan door de maatschappijen voor het spelen van Grote Prijzen of vriendschappelijke wedstrijden, moeten de bepaling inhouden dat deze verbintenissen slechts geldig zijn voor zover dat de betrokken ploeg niet zou gehouden zijn op die dag een uitgestelde wedstrijd van het kampioenschap, van een tornooi of van de Beker van België of de SuperCup te betwisten.

Art. 20.29 Voorrang te verlenen voor twee ontmoetingen op dezelfde dag, maar waarvan één een vriendschappelijke wedstrijd is

Een ploeg die aangeworven is voor een vriendschappelijke wedstrijd en die geplaatst is voor een halve finale of voor een finale die niet kon betwist worden op de voorziene datum, is verplicht aan deze halve finale of finale deel te nemen. In voorkomend geval zal het secretariaat van de bevoegde commissie alle betrokkenen hieromtrent verwittigen van zodra het kennis zal hebben van de nieuwe datum.

Art. 20.30 Verbod om zich te laten vervangen

Een ploeg die geplaatst is voor de finale mag zich nooit laten vervangen. Een inrichter mag een ploeg die de finale bereikt heeft, evenmin vervangen door een andere ploeg.

Art. 20.31 Uitgestelde wedstrijd: voorafgaande toelating van de bevoegde commissie

Geen enkel uitstel mag gebeuren zonder de toelating van de bevoegde commissie. Voor die aangelegenheid mag de bevoegde commissie machtiging verlenen aan zijn secretaris.

Het is de inrichtende maatschappij die ertoe gehouden is de ploegen en de scheidsrechter(s) af te zeggen op de dag van de ontmoeting, ten minste drie uur vóór het voorziene aanvangsuur.

Indien de inrichtende maatschappij deze verplichting niet heeft nageleefd, wordt zij verantwoordelijk gesteld voor de kosten van de gedane verplaatsingen en zal zij gehouden zijn tot de betaling van de onkostenvergoedingen voorzien volgens hoofdstuk XXI.

Art. 20.32 Wedstrijd die niet opgenomen is in het officiële programma

Geen enkele wedstrijd mag betwist worden als hij niet voorkomt op het officieel programma opgesteld door de bevoegde commissie.

Art. 20.33 Wedstrijdtabel

- kampioenschapswedstrijden
- bekerwedstrijden
- tornooien
- wedstrijden voor welke de plaatsing tot deelneming gebeurt op basis van vooraf vastgestelde criteria

- Grote prijzen en vriendschappelijke wedstrijden die worden opgetekend tijdens de kalendervergaderingen,
zal een wedstrijdtabel opgesteld worden door de inrichters en overgemaakt aan het secretariaat van de vleugel.

Alleen de ontmoetingen die ressorteren onder eenzelfde bevoegde commissie en eenzelfde secretaris belast met het aanduiden van de scheidsrechter(s), mogen op hetzelfde document opgenomen worden.

De lijst van de wedstrijden dient in het bezit te zijn van het secretariaat van de vleugel waarvan de inrichter afhangt, ten minste vijftien dagen vóór de datum van de organisatie of van de eerste organisatie (in geval er meerdere inrichtingen op hetzelfde document voorkomen). Voor het laattijdig indienen van een lijst van de wedstrijden zal de in gebreke zijnde inrichter de boete oplopen die voorzien is in het barema van de straffen voor het niet opzenden van de bondsformulieren binnen de vastgestelde termijn.

De vleugel zal - per kerende post - een kopie van het document, behoorlijk afgestempeld als ontvangstbewijs, naar de inrichter terugsturen. De inrichter die dit ontvangstbewijs niet kan voorleggen zal, in geval van betwisting, aanzien worden als in gebreke zijnde.

Indien de vleugel bevoegd is voor de ontmoeting(en) opgenomen op de lijst van de wedstrijden, zal zij het nodige doen voor de aanduiding van de scheidsrechter(s).

Als de vleugel niet bevoegd is, zal zij het document overmaken aan het secretariaat van de sportcommissie, die een kopie ervan aan de entiteit zal terugsturen, na er de vermelding "akkoord" of "niet toegestaan" te hebben op aangebracht.

Art. 20.34 Beschermde inrichtingen

De RVB. is bevoegd om zijn bescherming te verlenen aan belangrijke vriendschappelijke ontmoetingen, door de door de inrichter aangezochte ploegen te verplichten er aan deel te nemen. In die gevallen moet de betrokken inrichter evenwel minstens de onkostenvergoedingen uitkeren die voorzien zijn voor de finale van een tornooi. De aanvraag voor een dergelijke organisatie, met aanduiding van de ploegen, moet naar de secretaris worden gericht, uiterlijk op 30/11 die de datum van inrichting voorafgaat. Een voor een tornooi aangeworven ploeg is evenwel gehouden bij voorrang haar verbintenis, voortspruitend uit dit tornooi, na te leven.

Art. 20.35 Verbintenisakkoord

De inrichter is gehouden een schriftelijk akkoord af te sluiten met elke maatschappij die hij aanwerft.

Dit akkoord - opgesteld volgens hiernavolgend model - zal door de inrichter opgemaakt worden in twee exemplaren en door hem overgemaakt aan elke aangeworven maatschappij. Deze laatste zal, na ondertekening voor aanvaarding, een exemplaar terugsturen naar de inrichter.

Zowel de inrichter als de aangeworven maatschappijen bewaren hun exemplaar van dit akkoord, dat slechts in geval van betwisting zal moeten voorgelegd worden aan de bevoegde commissie.

F 16

VERBINTENIS

De inrichter, met name ........................................................................................... werft de ploeg aan ingeschreven in ......................................................... (afdeling) van de maatschappij ................................................................................................ voor een vriendschappelijke wedstrijd die zal plaatshebben op ...........................om ........ uur voor de ...... schifting van zijn Grote Prijs / tornooi (*)

die zal plaatshebben op........................ om ........ uur
met finale op ................... om ......... uur

(*) het onnodige schrappen Voorwaarden :

Opgesteld te......................., op ..............................

in twee exemplaren, waarvan het ene bestemd is voor de aangeworven maatschappij en het andere per kerende post moet teruggestuurd worden naar de inrichter, na ondertekening voor akkoord.

Voor de inrichter,
De secretaris,
Handtekening
Naam en voornaam .....................

Voor akkoord van de maatschappij,
De secretaris,
Handtekening
Naam en voornaam .....................

DEEL 3
BESCHIKKINGEN DIE BETREKKING HEBBEN OP DE KAMPIOENSCHAPPEN EN OP DE ANDERE INRICHTINGEN

Art. 20.36 Programma’s en aanplakbrieven

De programma's en de aanplakbrieven die de inrichting van kaatswedstrijden aankondigen moeten de vermelding en de beeltenis "NK-FNJP." dragen.

Art. 20.37 Spelen op een andere kaatsbaan dan de zijne

De inrichting van ontmoetingen op een andere dan de door het bevoegd bestuur erkende kaatsbaan (kaatsbanen) van de inrichtende maatschappij, dient bij wijze van uitzondering te gebeuren en moet toegestaan worden door dit bevoegd bestuur; indien de voorgestelde kaatsbaan gelegen is op het grondgebied van een andere vleugel, moet ook deze laatste haar akkoord geven, zonder dat dit andere verplichtingen meebrengt.

Art. 20.38 Twee wedstrijden op dezelfde dag op éénzelfde kaatsbaan

Wanneer op dezelfde dag twee wedstrijden gespeeld worden op eenzelfde kaatsbaan, zal de inrichtende maatschappij erover waken dat de eerste wedstrijd ten minste twee uur vóór het voorziene aanvangsuur van de tweede wedstrijd begint, wanneer men speelt naar tien gewonnen spellen, en ten minste drie uur wanneer er gespeeld wordt naar dertien gewonnen spellen.

Art. 20.39 Luidsprekers verboden

Het gebruik van luidsprekers is verboden tijdens het verloop van een spelfase.

Art. 20.40 Omkoping

Elke daad die ertoe strekt, de uitslag van een ontmoeting te vervalsen wordt een daad van omkoping geacht. Elk lid dat zich schuldig maakt aan een dergelijke daad of eraan deelachtig is, wordt gestraft met een straf gaande van schorsing voor één jaar tot de schrapping. Als een hele ploeg eraan schuldig is, geldt de straf voor alle spelers van die ploeg waarvan de naam op het scheidsrechtersverslag vermeld is voor de betrokken wedstrijd.

Een lid dat in het openbaar verklaringen aflegt over een vermoedelijke omkoopzaak zonder de NK- FNJP er schriftelijk over in te lichten, kan een boete oplopen.

Het bevoegde bondsbestuur oordeelt op grond van het dossier en het onderzoek dat het voert of de omkoopdaad, ongeacht welke persoon hem begaan heeft, al dan niet lid van de betrokken maatschappij, de verantwoordelijkheid van die maatschappij erbij betrekt.

Als de verantwoordelijkheid van de maatschappij betrokken is, wordt de ploeg van die maatschappij die voordeel heeft of zou moeten hebben gehad bij de daad van omkoping, verwezen naar de laatste plaats van de eindrangschikking van het kampioenschap waarin de overtreding is begaan. Daarnaast wordt die maatschappij een boete opgelegd die gelijkstaat met het bedrag van 3 maal haar waarborg.

De uitslagen die door die ploeg zijn behaald, worden uit de opmaak van de eindrangschikking geweerd.

De klacht, indien mogelijk gestaafd door getuigenissen, moet ingediend worden bij het bevoegd bestuur binnen de maand na afsluiting van het betrokken kampioenschap.

HOOFDSTUK XXI
VERGOEDINGEN - VERPLAATSINGSKOSTEN

Art. 21.1 Onkostenvergoeding

De RVB stelt jaarlijks het barema op van de prijzen voor al de afdelingen van de verschillende reeksen, volgens de aard van de verschillende inrichtingen. Het legt eveneens de onkostenvergoedingen vast die verschuldigd zijn aan de scheidsrechters. Het bepaalt de kilometervergoeding voor de verplaatsingskosten, evenals het bedrag van de verschuldigde bijdragen voor sommige inrichtingen.

Art. 21.2 Verplaatsingskosten

Nvt

Art. 21.3 Scheidsrechter

De scheidsrechter heeft recht op een onkostenvergoeding.

Art. 21.4 Kampioenschapswedstrijden

Nvt

Art. 21.5 Andere inrichtingen

Voor de andere inrichtingen zullen de prijzen aan de ploegen integraal uitbetaald worden als de ontvangst van de speeldag als vaststaand aanzien wordt.

Art. 21.6 Ontvangst

De ontvangst van een inrichting wordt aanzien als vaststaand door de inrichter vanaf het ogenblik dat 7 spellen zijn beëindigd.

De ingangstickets die werden verkocht voor een speeldag die niet is begonnen of die werd stopgezet, zijn geldig voor de dag waarop deze speeldag plaatsheeft of wordt voortgezet. Wanneer een wedstrijd of een speeldag vóór de reglementair voorziene rust of vóór het einde van de tweede wedstrijd definitief wordt stopgezet - en niet naar een latere datum kan worden verschoven - blijven de verkochte ingangstickets geldig voor de eerstvolgende kaatsinrichting in dezelfde afdeling van de betrokken maatschappij. Indien er in de loop van hetzelfde seizoen geen dergelijke inrichting meer voorzien is, gelden de beschikkingen opgenomen in de laatste paragraaf van dit artikel.

De verkochte ingangstickets voor een speeldag die niet begonnen is of waarvan de ontvangst niet aanzien wordt als vaststaand en die niet verschoven wordt naar een latere datum zullen - op uitdrukkelijk verzoek van de toeschouwers en alleen ter plaatse - terugbetaald worden door de inrichter.

Art. 21.7 Niet begonnen speeldag met aanwezige ploegen of niet vaststaande ontvangst

Zo de speeldag niet begonnen is en de ploegen aanwezig zijn of wanneer de ontvangst niet als vaststaand wordt aanzien, worden de prijzen aan de ploegen betaald ten belope van 50 % van het totaal van de door de RVB vastgelegde officiële vergoedingen, te verdelen tussen het aantal ploegen. Indien de speeldag op een andere datum zou ingericht of voortgezet worden, dienen alleen de verplaatsingskosten betaald te worden.

Art. 21.8 Speeldag tussen drie ploegen met vaststaande ontvangst

In het geval van een speeldag met drie ploegen met de ontvangst als vaststaand aanzien, zullen de prijzen als volgt verdeeld worden :

A) geen enkele wedstrijd is beëindigd : al de ploegen ontvangen de derde prijs;

b) de tweede wedstrijd is niet beëindigd : de winnaar van de eerste wedstrijd ontvangt de tweede prijs, terwijl de andere ploegen elk de derde prijs ontvangen;

c) twee wedstrijden zijn beëindigd en de derde is niet begonnen : al de ploegen ontvangen de tweede prijs behalve indien een ploeg tweemaal werd verslagen; in dit geval ontvangt deze laatste de derde prijs en de twee andere ploegen verdelen onder hun beide het totaal van de twee eerste prijzen;

d) alleen de laatste ontmoeting is niet beëindigd : de prijzen zullen toegekend worden in functie van het klassement. De ploeg die tweemaal verslagen werd, wordt evenwel als derde gerangschikt.

Art. 21.9 Speeldag tussen vier ploegen met vaststaande ontvangst

In het geval van een speeldag met vier ploegen met de ontvangst als vaststaand aanzien, zullen de prijzen als volgt verdeeld worden :

A) geen enkele wedstrijd is beëindigd : al de ploegen ontvangen de derde prijs;

b) de tweede wedstrijd is niet beëindigd : de winnende ploeg van de eerste wedstrijd ontvangt de tweede prijs, terwijl de andere ploegen elk de derde prijs ontvangen;

c) twee wedstrijden zijn gespeeld : de twee winnende ploegen ontvangen de helft van het totaal van de eerste twee prijzen terwijl de twee andere ploegen hun normale prijs ontvangen;

d) alleen de laatste wedstrijd is niet beëindigd : de prijzen worden toegekend in functie van het klassement.

Art. 21.10 Wedstrijd voorzien tussen twee ploegen waarvan één afwezig is

In het geval van een ontmoeting voorzien met twee ploegen en als één van beide ploegen afwezig is, ontvangt de andere ploeg de tweede prijs.

Art. 21.11 Afwezigheid van één of meerdere ploegen

Bij afwezigheid van één of meer ploegen zullen de prijzen als volgt verdeeld worden :

A. speeldag met drie ploegen :

a) één ploeg is afwezig : de eerste twee prijzen worden uitgereikt;
b) twee ploegen zijn afwezig : de aanwezige ploeg ontvangt de tweede prijs.

B. speeldag met vier ploegen :

a) één ploeg is afwezig : de eerste drie prijzen worden uitgereikt;

b) twee ploegen zijn afwezig : de eerste twee prijzen worden uitgereikt;

c) drie ploegen zijn afwezig : de aanwezige ploeg ontvangt de tweede prijs.

Art. 21.12 Slechte weersomstandigheden: onkosten van de scheidsrechters

Onkostenvergoedingen verschuldigd aan de scheidsrechters voor een wedstrijd met twee ploegen :

A. Volledig gespeelde wedstrijd: 100 % van de onkostenvergoeding.

B. Niet begonnen wedstrijd en na de reglementaire wachttijd in acht te hebben genomen: 50 % van de onkostenvergoeding.

C. Begonnen wedstrijd, maar beëindigd: voor de eerste wedstrijdhelft 50% van de onkostenvergoeding,

na de eerste wedstrijdhelft 75% van de onkostenvergoeding.

Art. 21.13

Voorbehouden

Art. 21.14 Verdergezette wedstrijden

Voor de voortgespeelde wedstrijden heeft de scheidsrechter recht op 100 % van de onkostenvergoeding.

Art. 21.15 Ontmoeting of speeldag kan onmogelijk begonnen worden wegens afwezigheid van één of meer ploegen, wat met de onkostenvergoeding van de scheidsrechter?

Zo een wedstrijd of een speeldag onmogelijk kan beginnen ten gevolge van de afwezigheid van één of meer ploegen, zal de aan de scheidsrechter verschuldigde onkostenvergoeding hem integraal uitgekeerd worden.

Art. 21.16 Onkostenvergoeding aan de scheidsrechter: nadere regels, vaststelling van niet- betaling

De aan de scheidsrechter verschuldigde onkostenvergoeding zal hem door de inrichtende maatschappij onmiddellijk na het beëindigen van de speeldag op een discrete manier en in zijn kleedkamer, uitbetaald worden. De ondertekening van het scheidsrechtersverslag geldt als ontvangstbewijs. Als de onkostenvergoeding niet is betaald, zal de scheidsrechter dit op het verslag vermelden.

Art. 21.17 Daad van kwaadwilligheid

Elke daad van kwaadwilligheid, uitgaande van een maatschappij of van een ploeg (forfait, zelfs verklaard, verlaten van het spel, enz...) die schade heeft berokkend aan de inrichtende maatschappij, verplicht tot een schadeloosstelling die in geld zal vastgesteld worden door het bevoegd comité. De te betalen schadeloosstelling zal rekening houden met het verlies van de ontvangst en met de veroorzaakte onkosten, inclusief de procedurekosten en de verplaatsingskosten van de ter zitting opgeroepen afgevaardigden. Deze schadeloosstelling zal niet verdeeld moeten worden, maar het bevoegd comité zal altijd een boete kunnen opleggen aan de maatschappij die blijk heeft gegeven van kwaadwilligheid.

HOOFDSTUK XXII NOTERING EN KLASSEMENT

Art. 22.1 Klassement

Het klassement van de ploegen zal worden opgemaakt volgens de hierna vermelde elementen, die afzonderlijk in aanmerking genomen worden met eerbiediging van de aangeduide volgorde. Als een element bepalend is, dient het (dienen de) daaropvolgende niet in aanmerking genomen te worden.

a. Hoogst aantal behaalde punten;

b. Hoogst aantal overwinningen;

c. Hoogst aantal behaalde spellen;

d. Kleinst aantal toegestane spellen;

e. Hoogst aantal behaalde vijftienen;

f. Kleinst aantal toegestane vijftienen;

g. Uitslagen behaald tussen de betrokken ploegen onderling.

Voor de kampioenschappen van België in de gewestelijke reeksen en jeugdcategorieën komt het criterium g op de tweede, en niet op de zevende plaats.

Bij volledige gelijkheid (punten, overwinningen, spellen, vijftienen, onderlinge uitslagen), zal de eerste plaats bij loting toegewezen worden.

Voor de speeldagen betwist met vier ploegen en zo al de ploegen elkaar ontmoeten, zal evenwel de ploeg die geen enkele maal heeft verloren ambtshalve tot overwinnaar uitgeroepen worden, zelfs indien het totaal der behaalde punten lager is dan dit van een tegenpartij.

Wanneer de ploegen, na het spelen van een volledige ronde met heen- en terugwedstrijden, op basis van het klassement verdeeld worden in groepen die uiteindelijk deelnemers aan een eindfase moeten aanwijzen, kan de bevoegde commissie beslissen dat de titel zal toegekend worden aan de ploeg die twee overwinningen behaalt tijdens de ultieme confrontatie van deze eindfase.

In geval er een klassement moet opgesteld worden van ploegen die uitkomen in afzonderlijke series van dezelfde afdeling, zal dit gebeuren op basis van het percentage van de behaalde punten; in geval van gelijkheid van het percentage zal er, in volgorde, rekening gehouden worden - indien nodig ook percentsgewijze berekend volgens het aantal gespeelde wedstrijden - met de elementen waarvan hoger sprake in b. tot f.

Elke andere formule die zou overwogen worden, kan alleen maar toegepast worden mits de toelating van de RVB.

Art. 22.2 Toekenning van de punten

De punten worden als volgt toegekend :
- Hoogste aantal te betwisten punten per wedstrijd: 3.
De verliezende ploeg die een aantal spellen behaalt krijgt een punt.

Voorbeelden :

wedstrijden naar 7 spellen :

7-3 = 2-1 punten 7-2 = 3-0 punten

wedstrijden naar 10 spellen :

10-5 = 2-1 punten 10-4 = 3-0 punten

wedstrijden naar 13 spellen :

13-6 = 2-1 punten 13-5 = 3-0 punten

Indien, na het spelen van een volledige ronde met heen- en terugwedstrijden, de ploegen verdeeld worden in groepen om een tweede ronde te betwisten, worden al de punten behaald in de eerste ronde opgeheven.

Tijdens deze tweede ronde zal de overwinnaar slechts twee punten per wedstrijd bekomen, terwijl aan de verliezende ploeg geen enkel punt zal worden toegekend.

Voor de wedstrijden die gespeeld worden naar een bepaald aantal “betwiste spellen” zal elk behaald spel de waarde hebben van 1 punt. Bij gelijk aantal spellen wordt het klassement bepaald door:

a) het aantal overwinningen;

b) het kleinste aantal toegestane spellen;

c) het grootste aantal genomen vijftienen;

d) het kleinste aantal toegestane vijftienen;

e) onderlinge uitslagen tussen betrokken ploegen.

Elke andere formule voor het toekennen van de punten kan alleen worden toegepast worden NA het uitdrukkelijk akkoord van de RVB.

Art. 22.3 Algemeen forfait

In geval van algemeen forfait van een ploeg in de loop van het seizoen, zal het klassement van de andere ploegen die aan hetzelfde kampioenschap deelnemen, opgemaakt worden zonder rekening te houden met de uitslagen behaald door de verdwenen ploeg.

Art. 22.4 Gekwalificeerde ploegen

Voor elke niet begonnen en niet verschoven schiftingswedstrijd, zal de ploeg die de finale moet betwisten aangeduid worden bij loting. Deze zal uitgevoerd worden door de aangeduide scheidsrechter(s) in aanwezigheid van de kapitein van de ploegen. Deze loting moet verlopen zoals aangegeven in het hierna vermeld artikel 5.

Als deze loting niet kan gebeuren op de speeldag zelf, zal de bevoegde commissie daartoe overgaan.

Art. 22.5 Schifting niet beëindigd: aanwijzing van de ploeg die de finale betwist

Voor elke niet beëindigde schiftingsdag, zal de ploeg die de finale moet betwisten, als volgt aangeduid worden:

a) speeldag met twee ploegen : in functie van de stand op het ogenblik van de definitieve stopzetting;

b) speeldag met drie ploegen :

- geen enkele wedstrijd is beëindigd : loting tussen de drie deelnemers;

- minder dan twee wedstrijden zijn beëindigd : loting tussen de winnaar van de eerste ontmoeting en

de ploeg met het voordeel van de "hoed";

- twee wedstrijden zijn beëindigd en de derde is niet begonnen

loting tussen de winnaars van de eerste en van de tweede wedstrijd;

- alleen de laatste ontmoeting is niet beëindigd : in functie van het klassement.

c) speeldag met vier ploegen :

- geen enkele wedstrijd is beëindigd : loting om de overwinnaars aan te duiden;

- één wedstrijd is beëindigd : loting om de ploeg aan te duiden die overwinnaar wordt van de tweede wedstrijd

en vervolgens loting tussen deze twee winnaars om de ploeg aan te wijzen die

de schifting wint;

- twee wedstrijden zijn beëindigd en de derde is niet begonnen: loting tussen de twee

winnaars;

- alleen de laatste ontmoeting is niet beëindigd : in functie van het klassement.

Dezelfde procedure zal gevolgd worden om de overwinnaar van een niet beëindigde finale en die niet zal voortgespeeld worden, aan te wijzen.

Zie het “Kaatsspelreglement”

HOOFDSTUK XXIII FORFAITS

HOOFDSTUK XXIV
KAATSSPELREGLEMENT

Zie het “Kaatsspelreglement”

HOOFDSTUK XXV
‘BELGISCH’ MUURKAATSEN

Art. 25.1 De muur

A. Hij zal opgericht worden in harde materialen.

B. Afmetingen: zie schets aan het einde van dit hoofdstuk.

C. Afmetingen van de speloppervlakte op de grond : zie schets op volgende bladzijde.

Afwijkingen kunnen worden toegestaan; zij zullen het voorwerp uitmaken van plaatselijke reglementen, goedgekeurd door de entiteit op wier grondgebied de muur zich bevindt.

Art. 25.2 Sportreglement

Muurkaatsen wordt met de blote hand gespeeld.

A. Een bal is GOED of SLECHT.

GOED = winst van de vijftien.

SLECHT = verlies van de vijftien.

B. Om een bal geldig te kunnen spelen moet deze :

rechtstreeks de speloppervlakte op de muur raken;
rechtstreeks of met de eerste stuit hernomen zijn, nadat hij de speloppervlakte op de grond heeft geraakt en

beurtelings door elke ploeg gespeeld worden en steeds de muur raken.

Om goed te zijn, moet de bal voorbij lijn C, "opslaglijn" genaamd, opgeslagen zijn en de grond raken binnen de lijnen. Als de opgeslagen bal hetzij de opslaglijn raakt, hetzij één van de lijnen die de speloppervlakte afbakenen, is hij "SLECHT". De opslaglijn speelt enkel een rol bij de opslag. De zolderingen, op om het even welke hoogte, evenals elk ander voorwerp dat zich in de lucht bevindt, maken geen deel uit van het spel; elke bal die deze raakt is "SLECHT"
D. De opslagruimte : een rechthoek met een lengte van vier meter en een breedte van twee meter.

E. PLAATS VAN DE SPELERS

1) bij de opslag : de opslager moet zich in de opslagruimte bewegen en in een doorlopende beweging vooruitgaan in de richting van de uiterste grens van de opslagruimte. Als hij zijn aanloop van buiten de speloppervlakte neemt, moet hij de opslagruimte binnenkomen langs de achterlijn. Eenmaal hij zich in de opslagruimte bevindt, moet de opslager hoe dan ook de bal opgooien om hem de definitieve impuls voor de opslag te geven. Op het ogenblik dat hij de bal "slaat", mag geen enkele voet van de opslager de uiterste grens van de opslagruimte raken of overschrijden. Bij de aanloop ter voorbereiding van de opslag mogen evenmin de zijlijnen van de opslagruimte geraakt of overschreden worden door de opslager. De definitieve impuls moet gegeven worden met de hand die de bal opgeworpen heeft. De andere spelers moeten zich in de speloppervlakte bevinden, buiten de opslagruimte;

2) van zodra de laatste impuls aan de bal gegeven is door de opslager, mogen de spelers zich om het even waar bevinden. Zij mogen dus uit de speloppervlakte stappen op om het even welke plaats, hetzij om een bal te hernemen, hetzij om een ploegmaat of een tegenstrever te ontwijken.

F. STRAFVIJFTIENEN

De strafvijftienen worden aangerekend of toegepast in de volgende gevallen :

a) tegen de opslager die de uiterste grens van de opslagruimte raakt of overschrijdt;

b) tegen de opslager die op een onregelmatige manier de opslagruimte binnenkomt of die achteruitgaat in de opslagruimte;

c) tegen de opslager die de zijlijnen van de opslagruimte raakt of overschrijdt;

d) tegen de opslager die, in de opslagruimte, de bal laat ontsnappen of terug in de hand neemt na hem gelost te hebben, of nog die nalaat hem de definitieve impuls te geven voor de opslag;

e) tegen elke opslager die opslaat zonder gewacht te hebben op het sein van de scheidsrechter en tegen elke speler die niet onderarms en niet met de blote hand oplevert;

f) tegen een speler die een nog te spelen bal zal aanraken, nadat één van zijn medespelers hem in laatste instantie heeft aangeraakt;

g) tegen de speler die, na een nog te spelen bal te hebben aangeraakt, hem opnieuw zal aanraken vóór de tweede stuit. Aldus zal een strafvijftien toegepast worden tegen de speler die, terwijl de twee handen elkaar niet raken, de te spelen bal gelijktijdig of achtereenvolgens op beide handen krijgt. Er wordt geen strafvijftien toegepast als een speler een bal met elkaar rakende handen terugkeert;

h) tegen de speler die geraakt wordt door een nog te spelen bal op een andere plaats dan op de handen of op de ontblote voorarmen tot aan de elleboog. Geeft evenwel geen aanleiding tot een strafvijftien, een nog te spelen bal die een verband, een windsel of een polsband raakt op de ontblote voorarm van de speler;

i) tegen de speler die voorwerpen in het spel zal laten rondslingeren (bril, handschoen, pet, enz...) indien één van deze voorwerpen door een bal geraakt wordt, hetzij in de vlucht, hetzij met de eerste stuit of zelfs al rollend;

j) tegen de speler (behalve de opslager) die zich in de opslagruimte of buiten de speloppervlakte zal bevinden of die één van de lijnen die de opslagruimte en de speloppervlakte afbakenen zal raken, nadat de scheidsrechter de herneming van het spel heeft aangegeven en vooraleer de definitieve impuls aan de bal is gegeven;

k) tegen de speler die een tegenstrever opzettelijk zal gehinderd hebben. De baan van de kaatsbal moet op elk ogenblik vrij zijn, teneinde de tegenstrever in staat te stellen om de vijftien te betwisten;

l) tegen de speler die de bal in de hand zal gehouden hebben wanneer hij nog te spelen was;

m) tegen de speler of de ploeg die geen onmiddellijk gevolg geeft aan het fluitsignaal van de scheidsrechter, dat de normale herneming van het spel aankondigt;

n) voor elke bal die "slecht" is.

OPMERKING

Indien een bal slecht valt of indien een tegenspeler een inbreuk heeft gepleegd die aanleiding geeft tot een strafvijftien, mag de speler de bal steeds terugkeren met de eerste stuit, want hij heeft vooraf niet te oordelen over de beslissing van de scheidsrechter.

G. ANDERE STRAFFEN

1) De speler die een willekeurige bal neemt ter vervanging van deze die hem door de scheidsrechter werd gegeven, verliest het lopende spel;

dit feit zal vermeld worden op het scheidsrechtersverslag. Als de nieuw gebruikte bal niet toegelaten

is door het reglement van inwendige orde, zal hij in beslag genomen worden door de scheidsrechter en opgestuurd naar de bevoegde commissie. Dit laatste geval zal het voorwerp moeten uitmaken van een aanvullend verslag.

2) De speler die de kaatsbal wegschopt zal bestraft worden met een boete.

3) Het bewerken van de kaatsbal met de voet of met de hand op om het even welk oppervlak zal bestraft worden met een boete.

4) De speler die buiten zijn beurt om opslaat, verliest het lopende spel; de straf wordt toegepast op het ogenblik dat de scheidsrechter de overtreding vaststelt.

H. BALLEN DIE OPNIEUW MOETEN OPGESLAGEN WORDEN

Zijn opnieuw op te slaan :

a) De ballen die niet normaal konden betwist worden door het feit dat de speler die tussenkwam of zich voorbereidde om tussen te komen, gehinderd of verhinderd werd door de onverwachte aanwezigheid van een bewegende hindernis (scheidsrechter, persoon die niet aan het spel deelneemt,..).

b) De ballen die in de vlucht of met de eerste stuit een bewegende hindernis raken die zich in de speloppervlakte bevindt of er de afbakeningen van raakt.

I. UITRUSTING
De truien van de tegenstrevers mogen niet van dezelfde kleur zijn. De spelers van eenzelfde ploeg

moeten verplicht in dezelfde uitrusting optreden.

J. NOTERING

1) De wedstrijden worden naar 5 gewonnen spellen betwist; om een spel te behalen, moeten er 4 vijftienen gewonnen worden;

2) Het klassement van de ploegen zal opgesteld worden op grond van de hierna vermelde elementen, die afzonderlijk in aanmerking genomen worden en met eerbiediging van de aangeduide volgorde. Van zodra een element bepalend is, dient het (dienen de) daaropvolgende niet meer in aanmerking genomen te worden.

a. Hoogst aantal overwinningen

b. Hoogst aantal behaalde spellen

c. Kleinst aantal toegestane spellen

d. Hoogst aantal behaalde vijftienen

e. Kleinst aantal toegestane vijftienen

f. Uitslagen behaald door de betrokken ploegen onderling.

Voor de kampioenschappen van België wordt het criterium f het tweede criterium, en niet het zesde.

K. OPSLAG

De scheidsrechter zal het sein geven voor elke opslag, na er zich van vergewist te hebben dat alle spelers hun plaats ingenomen hebben. Elke speler heeft een welbepaalde plaats in de beurtrol van de opslagers. Deze plaats mag niet gewijzigd worden in de loop van de wedstrijd. Na elk spel gaat de opslagbeurt over naar de andere ploeg. De opslag gebeurt onderarms en met de blote hand.

L. Elke ploeg bestaat uit twee of drie spelers. Eén wissel per wedstrijd is, op elk ogenblik, toegelaten.

M. Het muurkaatsen kan ook "enkel" gespeeld worden (één tegen één). Eén enkele wijziging aan het sportreglement : de speloppervlakte op de grond heeft als zijlijnen deze die met een vette lijn aangeduid zijn op de schets.

N. BALLEN
De te gebruiken ballen zijn deze van de "pupillen" K.N.K. of voor het muurkaatsen vervaardigde ballen,

die eveneens het kenmerk moeten dragen dat werd aanvaard door de K.N.K.

Art. 25.3 Goedkeuring van de muur

De goedkeuring van de muur behoort tot de taken van de entiteit op wier grondgebied de muur zich bevindt.

Art. 25.4 Deelnemers

Elke speler aangesloten bij de K.N.K. mag deelnemen aan een kampioenschap "muurkaatsen". Hij moet echter de toelating van zijn maatschappij hebben, behalve wanneer hij opgesteld wordt in een ploeg ingeschreven door de maatschappij waarbij hij aangesloten is. Deze toelating zal gegeven worden voor een periode van maximum één jaar, maar de maatschappij die afstand doet zal kunnen bepalen dat zij beroep zal kunnen doen op haar speler als zij van zijn diensten wenst gebruik te maken om een kaatswedstrijd in open lucht te betwisten; in dat geval zal de bedoelde speler zich bij voorrang ter beschikking moeten stellen van zijn oorspronkelijke maatschappij, zoniet stelt hij zich bloot aan een effectieve schorsing van 1 tot 3 maand voor wat betreft de beoefening van het muurkaatsen.

De toelating zal opgesteld worden in twee exemplaren, te verdelen als volgt :

het origineel voor het bondssecretariaat belast met het jeugdbeleid;

1 exemplaar dat steeds in het bezit van de speler moet zijn.
De spelers moeten hun aansluitingskaart bij elke inrichting voorleggen (de -12-jarigen hun identificatiekaart).

Een speler die alleen aan een kampioenschap "muurkaatsen" wenst deel te nemen, dient ook een aansluitingskaart te ondertekenen bij een bestaande maatschappij of bij een entiteit.

Per seizoen mag éénzelfde speler slechts één keer deelnemen aan de uitschakelingsronden van een kampioenschap van België.

Art. 25.5 Bevoegde besturen

De besturen van de entiteiten op wier grondgebied de muur zich bevindt, zijn bevoegd om de geschillen te beslechten, behalve in de eindfase van het kampioenschap van België: dan is de sportcommissie in eerste aanleg bevoegd. Ieder beroep zal behandeld worden door de B.C., volgens de modaliteiten opgenomen in hoofdstuk VIII.

NL